Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 4

Artikel 4.2

Strekking van het mandaat

Onderdeel van Regeling tot verlening van bevoegdheden krachtens attributie, delegatie, mandaat en volmacht

1.. Het mandaat strekt zich uitsluitend uit tot de bevoegdheden genoemd in de nadere regeling; 2.. Het mandaat wordt verleend met inachtneming van de per bevoegdheid in de nadere regeling vastgestelde of vast te stellen instructies; 3.. Van de mandaatverlening zijn weigeringen, afwijzende besluiten en daarmee gelijk te stellen besluiten niet uitgezonderd, tenzij dit in de voorschriften van de nadere regeling expliciet is opgenomen; 4.. De mandaatverlening, zoals neergelegd in de bij deze regeling behorende "Nadere regeling", geldt niet voor de gevallen, dat een belanghebbende of een derde krachtens de bestaande procedures van rechtsbescherming zich tegen een besluit heeft verzet, bezwaar heeft aangetekend of in beroep is gegaan.

Rechtspraak bij dit artikel