Naar hoofdinhoud
Het college stelt voor de ambtenaar aan wie de verplichting bedoeld in artikel 2:1B, tweede lid, onderdeel c, is opgelegd, regelen ter vergoeding daarvan. Geen vergoeding wordt toegekend indien uitdrukkelijk is bepaald dat bij de vaststelling van de bezoldiging met vorenbedoelde verplichting rekening is gehouden. De ambtenaar die valt onder de standaardregeling en die aangewezen is voor hetverrichten van beschikbaarheidsdiensten als bedoeld in artikel 2:1B, tweede lid,onderdeel c, heeft over de uren buiten het dagvenster dat hij daadwerkelijk arbeidverricht recht op een buitendagvenstervergoeding. De toelichting op artikel 3:3A komt als volgt te luiden: Lid 1 Met dit artikel wordt duidelijk dat voor de beschikbaarheidsdiensten een afzonderlijke vergoedingsregeling door het college wordt vastgesteld. Voor beschikbaarheidsdiensten geldt dus niet automatisch een toelage onregelmatige dienst. Lid 2 De ambtenaar die valt onder de standaardregeling van de werktijden kan door de werkgever aangewezen worden voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten. Hiervoor geldt op grond van het eerste lid een vergoeding. Wordt de ambtenaar opgeroepen om daadwerkelijk werkzaamheden te verrichten gedurende zijn beschikbaarheidsdienst dan ontvangt hij een buitendagvenstervergoeding over de uren buiten het dagvenster. Verricht hij werkzaamheden op uren binnen het dagvenster dan kan hij die uren op een ander moment in tijd compenseren in overleg met zijn leidinggevende. G Artikel 3:4 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: Het college kan bepalen dat bij verschuiving van de vastgestelde werktijden per week van de ambtenaar als bedoeld in artikel 4:3 en 4:8 anders dan op verzoek van de ambtenaar aanspraak op een vergoeding ontstaat. In een nader vast te stellen regeling wordt bepaald wanneer recht ontstaat op een verschuivingsvergoeding. De toelichting op artikel 3:4 komt als volgt te luiden: Het recht op een verschuivingsvergoeding geldt alleen voor de ambtenaar die valt onderde bijzondere regeling van de werktijden, of die behoort tot het brandweerpersoneel bedoeld in artikel 4:8. De bijzondere regeling van de werktijden staat in de artikelen 4:3 tot en met 4:7. H Artikel 3:4:1, eerste lid, wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden: Met inachtneming van het bepaalde in artikel 3:4 heeft de ambtenaar als bedoeld in de artikelen 4:3 en 4:8 recht op een vergoeding, indien binnen 72 uur voor aanvang van de oorspronkelijk vastgestelde werktijd, de werktijden worden verschoven. I Er wordt een nieuw artikel 3:8 toegevoegd: Artikel 3:8 Buitendagvenstervergoeding De ambtenaar die valt onder de standaardregeling voor de werktijden en die door het college aangewezen is om arbeid te verrichten buiten het dagvenster als bedoeld in artikel 4:2, tweede lid, heeft recht op een buitendagvenstervergoeding. De buitendagvenstervergoeding bedraagt: 50% van het uurloon van de ambtenaar over de gewerkte uren buiten het dagvenster tussen maandag 00:00 uur en vrijdag 24:00 uur; 75% van het uurloon van de ambtenaar over de uren gewerkt op zaterdag; 100% van het uurloon van de ambtenaar over de uren gewerkt op zondag en op de feestdagen genoemd in artikel 4:5, derde lid. De ambtenaar die een functie bekleedt waaraan een functieschaal 11 of hoger verbonden is heeft geen recht op een buitendagvenstervergoeding. De toelichting op artikel 3:8, eerste lid, komt als volgt te luiden: Er zijn twee situaties waarin een ambtenaar recht kan hebben op de buitendagvenstervergoeding. De ambtenaar die valt onder de standaardregeling kan een dienstopdracht krijgen om buiten het dagvenster werkzaamheden te verrichten (artikel 4:2 lid 8). De ambtenaar heeft dan recht op een buitendagvenstervergoeding; dit is een financiële vergoeding. Deze vergoeding bedraagt per gewerkt uur een percentage van het uurloon. De gewerkte uren buiten het dagvenster worden in tijd gecompenseerd. De ambtenaar maakt hierover afspraken met zijn leidinggevende. De uren die buiten het dagvenster gewerkt worden kunnen niet omgezet worden in vakantieverlof. De ambtenaar die valt onder de standaardregeling van de werktijden kan door de werkgever aangewezen worden voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten. Hiervoor geldt op grond van artikel 3:3A, eerste lid, een vergoeding. Wordt de ambtenaar opgeroepen om daadwerkelijk werkzaamheden te verrichten gedurende zijn beschikbaarheidsdienst danontvangt hij een buitendagvenstervergoeding over de uren buiten het dagvenster. Verricht hij werkzaamheden op uren binnen het dagvenster dan kan hij die uren op een ander moment in tijd compenseren in overleg met zijn leidinggevende. J Hoofdstuk 4 wordt gewijzigd en komt, inclusief toelichting, als volgt te luiden: 4 Arbeidsduur en werktijden Artikel 4:1 Het college stelt lokaal een werktijdenregeling vast met inachtneming van hetgeen in dithoofdstuk bepaald is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel