De arbeidsvoorwaardenregeling wordt als volgt gewijzigd.
A De toelichting op artikel 1:1, onderdeel g en h, en onderdeel j en k, wordt gewijzigd enkomt als volgt te luiden:
onderdeel g en h
De feitelijke arbeidsduur per week kan afwijken van de formele arbeidsduur per week.
onderdeel j en k
Een volledige betrekking heeft een arbeidsduur van ten hoogste 1836 uur per jaar. In deze berekening zijn meegenomen het aantal werkdagen verminderd met het aantal, niet jaarlijks op zaterdag of zondag vallende, feestdagen per jaar, gecorrigeerd met de kans dat zij periodiek op een zaterdag of zondag vallen. Het gaat hier gemiddeld om 5 6/7 dag
per jaar. De in aanmerking genomen feestdagen zijn Nieuwjaarsdag (gemiddeld per jaar5/7 dag), 2e paasdag (7/7), Koningsdag (5/7), Hemelvaartsdag (7/7), 2e pinksterdag (7/7)en de beide kerstdagen (10/7) De berekening is dan als volgt: 365,25 dagen x 5/7 - 5 6/7= 255 dagen. 255 x 7,2 uren (= 36 uren : 5) = 1836 uren.
Indien lokaal nog andere feestdagen zijn aangewezen (zoals bijv. Bevrijdingsdag, GoedeVrijdag, 1 mei, maar ook andere dagen zoals de biddag voor het gewas,carnavalsmaandag en/of -dinsdag, vrije dagen voor de plaatselijke kermis etc.) moetendeze, op overeenkomstige wijze, in mindering worden gebracht op de in dit lid genoemde maximale arbeidsduur. De vermindering bedraagt 5/7 vermenigvuldigd met 7,2 uur bij eenfeestdag die elk jaar op een andere dag van de week valt en 7,2 uur bij een feestdag dieelk jaar op dezelfde dag van de week valt, niet zijnde een zaterdag of zondag.
Een volledige betrekking heeft een formele arbeidsduur van 36 uur per week. De feitelijkearbeidsduur per week kan daarvan afwijken.
B In de algemene toelichting op artikel 3:1 wordt de verwijzing naar artikel 3:3:1 vervangendoor: 3:3A.
C Artikel 3:2 wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
De ambtenaar als bedoeld in de artikelen 4:3 en 4:8 heeft recht op een vergoeding voor overwerk. In een nader vast te stellen regeling wordt onder meer bepaald in welke gevallen een uitzondering geldt wat betreft de mogelijkheid aanspraak te maken op een vergoeding, bedoeld in de eerste zin.
Toelichting
Vóór de bestaande toelichting op artikel 3:2 wordt de volgende passage toegevoegd:
Het recht op een overwerkvergoeding geldt alleen voor de ambtenaar voor wie debijzondere regeling van de werktijden geldt. De bijzondere regeling van de werktijden staatin de artikelen 4:3 tot en met 4:7. Het recht op overwerkvergoeding geldt ook voorbrandweerpersoneel dat in dienstroosters werkt (artikel 4:8).
D In artikel 3:2:1, vijfde lid, onderdeel b, wordt de verwijzing naar artikel 4:2:1, derde lid,vervangen door: 4:5, derde lid.
In artikel 3:2:1, vijfde lid, onderdeel c, wordt tweemaal de verwijzing naar artikel4:2:1,derde lid, vervangen door: 4:5, derde lid.
E Artikel 3:3, eerste lid, wordt gewijzigd en komt als volgt te luiden:
De ambtenaar als bedoeld in de artikelen 4:3 en 4:8 heeft recht op een vergoeding over
de werktijd vastgesteld op:
maandag tot en met vrijdag tussen 0.00 en 08.00 uur en tussen 18.00 uur en 24.00 uur;
zaterdag tussen 0.00 en 24.00 uur;
zondag tussen 0.00 en 24.00 uur.
Toelichting
Vóór de bestaande toelichting op artikel 3:3 wordt de volgende passage toegevoegd:
Het recht op een vergoeding onregelmatige dienst geldt alleen voor de ambtenaar die valt onder de bijzondere regeling van de werktijden en voor het brandweerpersoneel dat indienstroosters werkt. De bijzondere regeling van de werktijden staat in artikel 4:3 tot en met 4:7. Artikel 4:8 gaat over de werktijden bij de brandweer.
In de toelichting op artikel 3:3, derde lid, wordt de verwijzing naar artikel 4:2, tweede lid, onderdeel d, vervangen door: artikel 4:4, vierde lid, onderdeel b.
In de toelichting op artikel 3:3, vierde lid wordt de verwijzing naar artikel 3:3:1 vervangen door: artikel 3:3A.
F Artikel 3:3:1 wordt geschrapt en na artikel 3:3 wordt een nieuw artikel 3:3A ingevoegd.
Artikel I