Dit artikel geeft de woningcorporaties de mogelijkheid om indien blijkt dat bepaalde groepen woningzoekenden in onvoldoende mate voor woningtoewijzing in aanmerking komen, woningen voor die doelgroep te labelen. Het voordeel hiervan is dat corporaties woningen flexibeler kunnen toewijzen, omdat voor veel reguliere, zelfstandige woningen de labeling kan komen te vervallen. Ander voordeel is dat er afspraken worden gemaakt over de uitkomst van het proces in plaats van de input (het aanbod)
De slaagkans van bepaalde groepen woningzoekenden kan op korte termijn alleen worden beïnvloed door het gericht toewijzen aan bepaalde groepen woningzoekenden. Oude afspraken rond labeling van reguliere, zelfstandige woningen komen te vervallen; aan corporaties wordt overgelaten welke woningen aan welke groepen worden toegewezen. De afspraken over slaagkansen garanderen dat alle woningzoekenden een eerlijke kans hebben.
In dit verband wordt een voorbehoud gemaakt voor seniorenwoningen en voor woningen voor gehandicapten. Vaak zijn deze woningen tot stand gekomen met behulp van subsidie. Verder is er bij toewijzing van deze woningen veelal een samenhang met andere beleidsterreinen als Wmo, waarbij de specifieke locatie van de woningen een grotere rol speelt. Woningen voor bijzondere doelgroepen vallen op grond van artikel 11 buiten deze regeling.