Naar hoofdinhoud

Artikel 7

Voorrang bij urgentie

Onderdeel van HUISVESTINGSVERORDENING GOUDA2015

Overeenkomstig artikel 12 van de wet is in de huisvestingsverordening bepaald dat bij het verlenen van huisvestingsvergunningen voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden waarvoor de voorziening in de behoefte aan woonruimte dringend noodzakelijk is. Daarnaast is in lid 5 een aantal randvoorwaarden opgenomen. Een woningzoekende komt alleen voor een urgentietoekenning in aanmerking, indien hij aan de in dit artikel genoemde (rand)voorwaarden voldoet. Een van d erandvoorwaarden is dat er sprake is van een bijzondere (nood)situatie en dat de noodsituatie is ontstaan buiten verwijtbare schuld van de aanvrager. Er is geen sprake van een noodsituatie als er alleen een mogelijkheid is dat een noodsituatie zal ontstaan. Een woningzoekende komt alleen voor een urgentietoekenning in aanmerking indien deze in een of meer van de in artikel 8 genoemde categorieën valt. Voor een advies als bedoeld in het derde lid, kunnen burgemeester en wethouders bijvoorbeeld bij een verzoek om een medische indicatie advies inwinnen bij een onafhankelijk medisch adviseur. Voor de maximum inkomensgrens bij urgentie genoemd in lid 6 is aansluiting gezocht bij de inkomensgrenzen die door het Rijk gehanteerd worden voor de bepaling van extra inkomensafhankelijke huurverhogingen. Voor de maximale huurverhoging per 1 juli 2015 ligt de grens van de hoge inkomens op € 43.786. Omdat de huisvestingsverordening 4 jaar geldig is, is het logisch om iets boven deze inkomensgrens te gaan zitten.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel