Naar hoofdinhoud

Artikel 8

Urgentiecategorieën

Onderdeel van HUISVESTINGSVERORDENING GOUDA2015

Deze bepaling is een uitwerking van artikel 12 tweede lid van de wet, waarin is bepaald dat criteria worden vastgelegd volgens welke woningzoekenden worden ingedeeld in urgentiecategorieën. Vergunninghouders, personen die in blijf-van-mijn-lijfhuizen verblijven, en woningzoekenden die mantelzorg verlenen of ontvangen behoren in ieder geval tot de urgente woningzoekenden volgens artikel 12, derde lid, van de wet. Dit geldt voor alle gemeenten, dat wil zeggen dat een woningzoekende die valt onder deze verplichte urgentiecategorieën in elke gemeente met urgentie moet worden behandeld. In artikel 8 zijn de criteria vastgelegd volgens welke urgent woningzoekenden worden ingedeeld in urgentiecategorieën. Per categorie dient aan alle genoemde en van toepassing zijnde voorwaarden voldaan te worden. Alleen met behulp van de hardheidsclausule kan hiervan afgeweken worden. Voor categorie c (mantelzorg) geldt dat factoren die bij de advisering worden betrokken onder meer kunnen omvatten: de aard van de persoonlijke problematiek, de relatie van deze problematiek met de huidige woonsituatie en de argumentatie op grond waarvan verhuizing op korte termijn absoluut noodzakelijk is. Bij categorie d (medische problematiek) kan de beoordeling door een onafhankelijke medische instantie bijvoorbeeld plaatsvinden door de GGD-Midden-Holland. Bij categorie g (te hoge woonlasten) vindt de beoordeling of een huishouden in aanmerking komt voor de woonkostentoeslag plaats aan de hand van de voor de gemeente geldenden richtlijnen voor ‘bijzondere bijstand’. Een huishouden kan niet door verwijtbaar handelen voor een urgentieverklaring in aanmerking komen. Bij categorie h (dakloos met minderjarige kinderen) moet het gaan om verbreking van duurzame relaties. Daarom is opgenomen dat het huwelijk of de relatie minimaal twee jaar bestond. In geval van echtscheiding en ontbinding van een geregistreerd partnerschap is een echtscheidingsvonnis of vergelijkbaar bewijs vereist waaruit blijkt dat de rechter heeft afgeweken van het verzoek tot toewijzing van de woning aan de partij die de zorg voor de kinderen op zich neemt. In geval van ontbinding van het notarieel vastgelegde samenlevingscontract en verbreking van de samenwoning is een vonnis of vergelijkbaar bewijs vereist waaruit blijkt dat het niet gelukt is om de woning op grond van het huurrecht op naam te krijgen van de partij die de zorg voor de kinderen op zich neemt. Deze eis wordt niet gesteld als redelijkerwijs niet gevergd kan worden dat de woonruimte wordt opgeëist. Zwaarwegende argumenten om dit niet te doen zijn te hoge woonlasten in verhouding tot het inkomen of levensbedreigingdoor de (ex) partner. In geval van co-ouderschap wordt in het algemeen slechts aan één van de ouders met minderjarige kinderen urgentie verleend. In het geval dat een van beide ouders in de huidige woning kan blijven wonen, wordt bij co-ouderschap de vertrekkende ouder als alleenstaande aangemerkt. Er wordt dan geen urgentieverklaring verleend op grond van dakloosheid met minderjarige kinderen. Als in individuele gevallen sprake is van een onbillijkheid van overwegende aard, kan de hardheidsclausule toegepast worden. Bij categorie j (geweld of bedreiging) geldt dat het onderscheid met categorie b is dat woningzoekenden in categorie b reeds in een opvangvoorziening, zoals een blijf-van-mijn-lijf huis wonen. Bij categorie j gaat het om woningzoekenden die nog zelfstandig wonen en met geweld of bedreiging te maken krijgen. De bij categorie m (economisch gebonden en reisafstand) opgenomen postcodes houden in dat de afstand tussen de woonplaats van de aanvrager en de gemeente Gouda meer dan 70 km bedraagt. De postcode is bepalend voor de urgentievaststelling.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel