Voor het binnen het dagvenster ex artikel 4, lid 1, verrichten van werkzaamheden welke geacht worden te behoren tot de reguliere uitoefening van de door de medewerker bekleedde functie bestaat nimmer aanspraak op de buitendagvenstervergoeding zoals beschreven in artikel 3:8 van de CAR/UWO.
In afwijking van het bepaalde in het eerste en tweede lid hebben de bodes en gastvrouwen ingeval van frequent opgedragen avonddiensten recht op een vergoeding voor de gewerkte uren na 19.00 uur ter hoogte van de buitendagvenstervergoeding zoals omschreven in artikel 3:8, tweede lid, eerste aandachtstreepje.
Voor het verrichten van werkzaamheden welke niet worden geacht te behoren tot de reguliere functie-uitoefening worden tussen de leidinggevende en de medewerker nadere afspraken gemaakt. Indien hierover geen overeenstemming wordt bereikt, dan heeft de medewerker recht op een vergoeding voor de gewerkte uren ter hoogte van de buitendagvenstervergoeding zoals omschreven in artikel 3:8, tweede lid, eerste aandachtstreepje. Artikel 3:8, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.