Naar hoofdinhoud
1.. Een stage kan een onderdeel zijn van een traject gericht op arbeidsinschakeling. 2.. De stage heeft als doel de belanghebbende, met behoud van uitkering, door middel van arbeid werkervaring en vaardigheden op te laten doen in een bepaald vakgebied. 3.. Deze voorziening kan ingezet worden wanneer door het college aan de hand van een onderzoek is vastgesteld dat de belanghebbende op korte termijn geen reëel perspectief heeft op regulier werk en een stage, mede gelet op het tweede lid, geïndiceerd is. 4.. Deze voorziening kan niet worden ingezet indien hierdoor de concurrentieverhoudingen onverantwoord worden beïnvloed of door deze voorziening verdringing van reguliere werknemers plaatsvindt. 5.. De stage duurt maximaal drie maanden. 6.. Indien bijzondere omstandigheden daartoe aanleiding geven, kan de in het vorige lid genoemde periode eenmalig met maximaal drie maanden worden verlengd. 7.. Het college kan van de stagebiedende instelling of van het stagebiedende bedrijf een vergoeding vragen voor de stage.

Rechtspraak bij dit artikel