Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK XIV › Paragraaf 4.

Artikel 36

Artikel 36

Onderdeel van Samenwerkingsregeling Noordwest-Veluwe

1.. De daartoe door het algemeen bestuur aangewezen functionaris dient de jaarrekening over het afgelopen jaar vóór 1 maart in bij het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur, daarin geadviseerd door de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten, zendt de voorlopige jaarrekening, na toevoeging van een verslag van het onderzoek naar de deugdelijkheid van de jaarrekening, ingesteld door de overeenkomstig artikel 32, tweede lid, aangewezen deskundige en van hetgeen het dagelijks bestuur te zijner verantwoording dienstig acht, met alle bijbehorende bescheiden jaarlijks vóór 15 april aan de raden van de deelnemende gemeenten. 2.. De jaarrekening wordt met de overige in het eerste lid bedoelde stukken, overeenkomstig het bepaalde in artikel 35, vijfde lid, voor een ieder ter inzage gelegd en algemeen verkrijgbaar gesteld. 3.. Het algemeen bestuur onderzoekt de jaarrekening en stelt haar vast in het jaar volgende op het jaar waarop deze betrekking heeft. 4.. Het dagelijks bestuur zendt de jaarrekening met de bijbehorende stukken binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 15 juli van het jaar volgende op het jaar waarop de jaarrekening betrekking heeft, aan Gedeputeerde Staten. 5.. Behoudens later in rechte gebleken onregelmatigheden, ontlast het besluit tot vaststelling van de jaarrekening de leden van het dagelijks bestuur ten aanzien van het daarin verantwoorde financieel beheer. 6.. In de jaarrekening wordt het door elk der deelnemende gemeenten over het desbetreffende jaar werkelijk verschuldigde bedrag opgenomen. 7.. Verrekening van het verschil tussen het op grond van artikel 35, derde lid, betaalde en het werkelijk verschuldigde vindt plaats terstond na de in het derde lid bedoelde vaststelling van de jaarrekening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel