Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK XIV › Paragraaf 3.

Artikel 35

Artikel 35

Onderdeel van Samenwerkingsregeling Noordwest-Veluwe

1.. Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks het algemeen bestuur een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van het samenwerkingsverband en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2.. Het dagelijks bestuur, daarin geadviseerd door de portefeuillehouders van de deelnemende gemeenten, zendt de ontwerpbegroting, vergezeld van een aanbiedingsbrief, waarin het voorgenomen beleid voor het komende begrotingsjaar in grote lijnen wordt uiteengezet, acht weken voordat deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden toe aan de aan de raden van de deelnemende gemeenten. 3.. In de ontwerpbegroting wordt de raming van de door elke deelnemende gemeente voor het komende begrotingsjaar verschuldigde bijdrage aangegeven. Deze bijdrage wordt berekend zoals is aangegeven in artikel 33. 4.. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot jaarlijks vóór 16 januari en vóór 16 juli telkens de helft van de in het derde lid bedoelde bijdrage. 5.. De ontwerpbegroting met de bijbehorende stukken wordt bij de deelnemende gemeenten en het samenwerkingsverband voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van de kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Het dagelijks bestuur doet van de terinzagelegging mededeling in één of meer dag- en nieuwsbladen, die in het gebied worden verspreid. Artikel 190, tweede en derde lid, van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing. 6.. Het dagelijks bestuur zendt de opmerkingen van de raden van de gemeenten, alsmede, indien deze opmerkingen het dagelijks bestuur daartoe aanleiding geven, een nota van wijzigingen, terstond toe aan het algemeen bestuur. 7.. Het dagelijks bestuur zendt de vastgestelde begroting binnen twee weken na vaststelling, doch in ieder geval voor 1 augustus van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, aan Gedeputeerde Staten. 8.. Terstond na de vaststelling van de begroting wordt hiervan schriftelijk mededeling gedaan aan de raden van de gemeenten. De begroting wordt, zo nodig, ter kennisneming gezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten. De raden kunnen Gedeputeerde Staten van hun gevoelen omtrent de vastgestelde begroting doen blijken. 9.. De artikelen 189, lid 4 en 208 van de Gemeentewet zijn van overeenkomstige toepassing. 10.. Het tweede, zesde, zevende en achtste lid zijn van overeenkomstige toepassing op besluiten tot wijziging van de begroting, met uitzondering van die wijzigingen waarbij geen verandering wordt gebracht in de bijdragen van een of meerdere deelnemende gemeenten in de kosten, bedoeld in artikel 33. Artikel 192 van de Gemeentewet is van overeenkomstige toepassing.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel