**1..** De inkomstenvrijlatingen als bedoeld in artikel 32, tweede lid onder n en artikel 32, tweede lid onder r, wordt één maal per uitkeringsperiode toegekend.
**2..** Als dezelfde uitkeringsperiode wordt aangemerkt:
de periode waarin een uitkering aaneengesloten of na een onderbreking die korter is dan 30 dagen wordt voortgezet;
de situatie waarin de uitkering wordt hersteld, na een onderbreking wegens verblijf in detentie, verblijf in het buitenland of verblijf in een inrichting, ongeacht de duur van de onderbreking;
de situatie waarin sprake is van voortzetting van een uitkering die in een andere gemeente al werd verstrekt;
de situatie waarin na wijziging van bijvoorbeeld woon- of gezinssituatie de uitkering met een andere norm wordt voortgezet.
**3..** Indien bij toepassing van artikel 1 lid 1 onder a de nieuwe uitkeringsperiode minder dan 6 maanden na de ingangsdatum van de inkomstenvrijlating aanvangt, ontstaat geen nieuw recht op inkomstenvrijlating.
**4..** Indien bij toepassing van artikel 1 lid 1 onder b de nieuwe uitkeringsperiode minder dan 30 maanden na de ingangsdatum van de inkomstenvrijlating aanvangt, ontstaat geen nieuw recht op inkomstenvrijlating.
Artikel 3.
Eenmalige toekenning inkomstenvrijlating
Onderdeel van Beleidsregels Inkomstenvrijlating Participatiewet, IOAW en IOAZ Olst-Wijhe