**1..** In afwijking van artikel 1.1 geldt een eigen bijdrage per maand van 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 1.4, voor:
**a..** de ongehuwde cliënt gedurende de eerste zes maanden van verblijf in een instelling voor beschermd wonen, tenzij het verblijf aansluit op verblijf dat ten laste van de zorgverzekering of het fonds, genoemd in artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen, kwam en het verblijf ten laste van de zorgverzekering of het eerdergenoemde fonds langer dan zes maanden was;
**b..** de gehuwde cliënten tezamen, zolang niet ten aanzien van elk van hen een periode van zes maanden is verstreken, tezamen, tenzij het verblijf aansluit op verblijf dat ten laste van de zorgverzekering of het fonds, genoemd in artikel 89 van de Wet financiering sociale verzekeringen, kwam en het verblijf ten laste van de zorgverzekering of het eerdergenoemde fonds langer dan zes maanden was;
**c..** de ongehuwde cliënt die moet of gehuwde cliënten tezamen die moeten voorzien in de kosten van onderhoud van eigen, aangehuwde of pleegkinderen, mits voor die kinderen op grond van de Algemene Kinderbijslagwet recht op een uitkering bestaat of aan die kinderen, voor zover ze de leeftijd van 27 jaar nog niet hebben bereikt, studiefinanciering is toegekend krachtens de Wet studiefinanciering 2000;
**d..** de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen indien het college het waarschijnlijk acht dat het verblijf in de instelling voor beschermd wonen voor de ongehuwde cliënt, voor beide of voor een van beide gehuwde cliënten binnen een half jaar kan worden beëindigd en
**e..** terugkeer naar de maatschappij mogelijk is en zal worden bewerkstelligd.
**2..** De eigen bijdrage bedraagt voorts per maand een twaalfde gedeelte van 12,5% van het bijdrageplichtig inkomen, berekend volgens artikel 1.2, voor:
**a..** de gehuwde cliënt die in een instelling voor beschermd wonen verblijft en wiens echtgenoot geen maatwerkvoorziening of persoonsgebonden budget ontvangt;
**b..** de gehuwde cliënten tezamen van wie één in een instelling voor beschermd wonen verblijft en wiens echtgenoot een persoonsgebonden budget of een andere maatwerkvoorziening ontvangt;
**c..** de gehuwde cliënt die in een instelling voor beschermd wonen verblijft en wiens echtgenoot zorg ontvangst als bedoeld in artikel 14 van het Besluit zorgaanspraken AWBZ of een subsidie ontvangt als bedoeld in artikel 44, eerste lid, onderdeel b, van de Algemene Wet Bijzondere
**d..** Ziektekosten, met dien verstande dat de cliënt en zijn echtgenoot tezamen de bijdrage slechts eenmaal verschuldigd zijn.
**3..** De eigen bijdrage voor beschermd wonen, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste € 158,60 en niet meer dan € 832,60 per maand.
**4..** De onderdelen a en b van het eerste lid zijn niet van toepassing indien het verblijf aanvangt binnen zes maanden na beëindiging van een verblijf in een instelling voor beschermd wonen waarvoor de ongehuwde cliënt of de gehuwde cliënten tezamen een eigen bijdrage als bedoeld in artikel 3.11 verschuldigd was of waren.
**5..** Voor de berekening van de periode van zes maanden, bedoeld in het vierde lid, worden perioden van verblijf in instellingen voor beschermd wonen samengeteld, tenzij tussen twee zodanige perioden meer dan zestig dagen zijn verlopen. De eerste volzin is niet van toepassing op cliënten die maximaal twee weken per twee maanden in een instelling voor beschermd wonen verblijven.
**6..** Op aanvraag van de cliënt is deze eigen bijdrage niet verschuldigd indien de cliënt een uitkering als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de Participatiewet ontvangt of indien de cliënt ingevolge artikel 13, tweede lid, onderdeel a, van die wet geen uitkering ontvangt.