**1..** Voor de berekening van de eigen bijdrage, bedoeld in artikel 1.3, eerste en tweede lid, bestaat het bijdrageplichtig inkomen uit het inkomen over het peiljaar van de ongehuwde cliënt, onderscheidenlijk van de gehuwde cliënten tezamen, vermeerderd met 8% van het vermogen van de ongehuwde cliënt, onderscheidenlijk 8% van de opgetelde vermogens van de gehuwde cliënten.
**2..** Op aanvraag van de cliënt stelt het CAK, in afwijking van het eerste lid, het eigen bijdrageplichtig inkomen voorlopig vast op grond van het inkomen en het vermogen van het lopende jaar, indien redelijkerwijs te verwachten is dat het eigen bijdrageplichtig inkomen in het lopende jaar ten minste € 2.540 lager zal zijn dan het eigen bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, dan wel algemene bijstand op grond van de Participatiewet betreft.
**3..** De aanvraag, bedoeld in het tweede lid, wordt gedaan uiterlijk drie maanden na afloop van het kalenderjaar waarop de aanvraag betrekking heeft of uiterlijk drie maanden na de datum waarop de bijdrage, bedoeld in het eerste lid, wordt vastgesteld.
**4..** Indien het tweede lid is toegepast, vindt na afloop van het jaar en na ontvangst van de definitieve inkomens- en vermogensgegevens definitieve vaststelling plaats. Indien daarbij blijkt dat het eigen bijdrageplichtig inkomen over het lopende jaar minder dan € 2.540 lager is geweest dan het eigen bijdrageplichtig inkomen, bedoeld in het eerste lid, vindt definitieve vaststelling plaats overeenkomstig het eerste lid.
**5..** Inkomen dat buiten Nederland wordt belast, dan wel is vrijgesteld van belasting op grond van bepalingen van internationaal recht, wordt mede in aanmerking genomen als ware dit aan de Nederlandse belastingwetgeving onderworpen. Op aanvraag van de cliënt wordt daarop de in het buitenland verschuldigde belasting in mindering gebracht.
Artikel 46.
Berekening eigen bijdrage bij uitzonderingsgevallen
Onderdeel van Besluit Wmo 2016 gemeente Leeuwarden