**1..** Een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 kan worden geweigerd als
het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een
onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de
omgeving van het betreffende pand. Hiervan is in ieder geval sprake
indien:
meer dan 1% van de tot bewoning bestemde gebouwen in een
buurt wordt gebruikt voor huisvesting als bedoeld in artikel
2.1, en
de aanvraag betrekking heeft op een pand dat, rondom dat
pand gemeten vanaf de dichtstbijzijnde gevelwanden, is
gelegen op minder dan drie woningen van een geregistreerd
kamerverhuurpand, dan wel van een pand waarvoor een aanvraag
om omzettingsvergunning is ingediend.
**2..** Een vergunning ten aanzien van een onzelfstandige woonruimte,
waarvan de omzettingsvergunning op grond van artikel 26, eerste lid,
onder c van de wet is ingetrokken, kan gedurende een bij die
intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden
geweigerd.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen nadere weigeringsgronden
vaststellen op het gebied van brandveiligheid, parkeren, wooncomfort
en hygiëne;
**4..** De weigeringsgrond met betrekking tot het afstandscriterium is niet
van toepassing op gevraagde omzettingsvergunningen voor het
rechtstreeks huren van tijdelijke woonruimte (Short-Stay) door
bedrijven voor hun eigen medewerkers.