Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 2.

Artikel 2.3

Weigeringsgronden

Onderdeel van Verordening op de kamerverhuurpanden 2015

1.. Een vergunning als bedoeld in artikel 2.1 kan worden geweigerd als het verlenen van de vergunning zou kunnen leiden tot een onaanvaardbare inbreuk op een geordend woon- en leefmilieu in de omgeving van het betreffende pand. Hiervan is in ieder geval sprake indien: meer dan 1% van de tot bewoning bestemde gebouwen in een buurt wordt gebruikt voor huisvesting als bedoeld in artikel 2.1, en de aanvraag betrekking heeft op een pand dat, rondom dat pand gemeten vanaf de dichtstbijzijnde gevelwanden, is gelegen op minder dan drie woningen van een geregistreerd kamerverhuurpand, dan wel van een pand waarvoor een aanvraag om omzettingsvergunning is ingediend. 2.. Een vergunning ten aanzien van een onzelfstandige woonruimte, waarvan de omzettingsvergunning op grond van artikel 26, eerste lid, onder c van de wet is ingetrokken, kan gedurende een bij die intrekking vastgestelde termijn van ten hoogste vijf jaar worden geweigerd. 3.. Burgemeester en wethouders kunnen nadere weigeringsgronden vaststellen op het gebied van brandveiligheid, parkeren, wooncomfort en hygiëne; 4.. De weigeringsgrond met betrekking tot het afstandscriterium is niet van toepassing op gevraagde omzettingsvergunningen voor het rechtstreeks huren van tijdelijke woonruimte (Short-Stay) door bedrijven voor hun eigen medewerkers.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel