Burgemeester en wethouders kunnen een ontheffing intrekken of wijzigen als:

a.

ter verkrijging daarvan onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt;

b.

verandering van omstandigheden of inzichten dit naar hun oordeel noodzakelijk maken in het belang van de belangen ter bescherming waarvan de ontheffing is vereist;

c.

de exploitatie van de winkel op basis van de ontheffing gevaar oplevert voor de openbare orde, de veiligheid of het woon- en leefklimaat ter plaatse;

d.

aan de ontheffing verbonden voorschriften en beperkingen niet zijn of worden nagekomen;

e.

van de ontheffing geen gebruik wordt gemaakt binnen een daarbij gestelde termijn; of

f.

de houder dit verzoekt.