Naar hoofdinhoud
Aan de op basis van het rooster aangewezen medewerkers wordt de financiële vergoeding als volgt bepaald: Voor de beschikbaarheidsvergoeding geldt een percentage van 5% over het maximum van schaal 7 op werkdagen en 10% over het maximum van schaal 7 op zaterdagen en zon- en feestdagen. De medewerker die als tweede of volgende voor beschikbaarheidsdienst is ingeroosterd, heeft recht op 50% van de in lid 1 genoemde vergoeding. De medewerker die valt onder de standaardregeling en die aangewezen is voor het verrichten van beschikbaarheidsdiensten als bedoeld in artikel 2:1B, tweede lid, onderdeel c, van de CAR-UWO heeft over de uren buiten het dagvenster dat hij daadwerkelijk arbeid verricht recht op een buitendagvenstervergoeding zoals bepaald in 3:8 van de CAR-UWO. De beschikbaarheidsvergoeding wordt op basis van het rooster maandelijks uitbetaald. De aanwezigheidstijd wordt binnen 4 weken opgenomen; de leidinggevende kan daar in het dienstbelang van afwijken. De eventuele buitendagvenstervergoeding wordt na declaratie uitbetaald. Uren die vallen binnen de voor de medewerker geldende werkpatroon worden geacht te zijn vergoed met het reguliere salaris van betrokkene.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel