**1..** De Omgevingsdienst heeft een algemeen bestuur dat aan het hoofd
van de Omgevingsdienst staat, bestaande uit de voorzitter en
leden.
**2..** De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten
wijzen ieder uit hun midden één lid en één plaatsvervangend lid
van het algemeen bestuur aan. De voorzittergemeente levert
daarnaast nog de burgemeester of een andere wethouder als
voorzitter.
**3..** De colleges van burgemeester en wethouders van twee of meer
deelnemende gemeenten kunnen gezamenlijk een lid van het
algemeen bestuur aanwijzen.
**4..** Als leden bedoeld in lid 2 en lid 3 worden aangewezen leden van
de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten die
bij voorkeur met zaken op het gebied van omgeving zijn belast.
**5..** Als plaatsvervangend lid als bedoeld in lid 2 wijzen de colleges
van burgemeester en wethouders van de gemeenten uit hun midden
een ander dan het in lid 4 bedoeld lid aan.
**6..** In geval van verhindering of ontstentenis van een lid, kan deze
worden vervangen door zijn of haar plaatsvervanger of kan dit
lid voorafgaande aan de vergadering van het algemeen bestuur aan
een ander lid van het algemeen bestuur verzoeken hem of haar te
vervangen.
Hoofdstuk 4 › Afdeling 1
Artikel 4
Artikel 4
Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht