Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4 › Afdeling 1

Artikel 5

Artikel 5

Onderdeel van Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst regio Utrecht

1.. De zittingsperiode van het algemeen bestuur is gelijk aan die van de gemeenteraden. 2.. Het lidmaatschap van het algemeen bestuur eindigt in ieder geval zodra men ophoudt lid van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente te zijn. 3.. De (plaatsvervangende) leden van het algemeen bestuur kunnen te allen tijde zelf ontslag nemen. Van dit ontslag stellen zij de voorzitter, alsmede de voorzitter van het college van burgemeester en wethouders dat hen heeft aangewezen, onverwijld schriftelijk op de hoogte. 4.. Het college van burgemeester en wethouders van iedere gemeente kan het door hem aangewezen (plaatsvervangend) lid tussentijds ontslag verlenen als het lid niet langer het vertrouwen van dit college geniet. 5.. Indien tussentijds een plaats binnen het algemeen bestuur openvalt, wijst het college van burgemeester en wethouders van de gemeente die het aangaat in zijn eerstvolgende vergadering, of indien dit niet mogelijk is, ten spoedigste daarna, een nieuw lid aan. 6.. Het college van burgemeester en wethouders van de betrokken gemeente geeft van elke aanwijzing tot lid of plaatsvervangend lid als bedoeld in lid 5 binnen twee weken schriftelijk kennis aan de voorzitter.

Rechtspraak bij dit artikel