In documenten en taalgebruik kan dit statuut worden aangehaald als Treasurystatuut gemeente Halderberge.
Bijlagen
Begrippenlijst
Achtervangpositie Achtergestelde borgstelling (zekerheidsstelling)
Beleggingen Uitzetten van overtollige middelen voor korte of lange termijn
Begrotingstotaal De totale lasten op de begroting
Borgstelling Borgtocht is een overeenkomst waarbij de ene partij (de borg) zich jegens een andere partij (de schuldeiser) verbindt tot nakoming van een verbintenis die een derde (de hoofdschuldenaar) jegens de schuldeiser heeft of zal verkrijgen.
Borgtocht Zie borgstelling
Callgeld Opname of uitzetting van geldmiddelen voor zeer korte termijn (van 1 dag tot 1 week), ook wel daggeld genoemd
Decharge Ontlasting te aanzien van het verantwoorde financieel beheer
Deposito Tijdelijk uitgezette middelen voor korte termijn
Derivaten Rente – instrumenten. Financiële instrumenten, belichaamd in contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Zie ook “rente-instrumenten”.
EMU-saldo De referentiewaarde voor het vorderingensaldo van de overheid. Het vorderingensaldo (-tekort) van de overheid mag niet hoger zijn dan 3% van de EMU-norm. De EMU-norm is vastgelegd in artikel 104C en het daarop gebaseerde 5de protocol van het Verdrag betreffende de Europese Unie.
Financiële onderneming Een onderneming die in een lidstaat het bedrijf van kredietinstelling mag uitoefenen, beleggingsdiensten mag verlenen, beleggingsinstellingen mag beheren, rechten van een deelneming in een beleggingsmaatschappij mag aanbieden of het bedrijf van verzekeraar mag uitoefenen.
Kasgeldlening Opname of uitzetting van geldmiddelen voor korte termijn van 1 week tot 12 maanden)
Kasgeldlimiet Een bedrag ter grootte van een, percentage van het totaal van de jaarbegroting bij aanvang van het jaar. Het percentage wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
Kortlopend Termijn kleiner dan 1 jaar
Kredietrisico Het risico dat uitgezette (belegde) middelen niet worden terugontvangen
Langlopend Termijn gelijk aan of groter dan 1 jaar
Lidstaat Staat die lid is van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte
Liquiditeitsplanning Een prognose van de inkomende en uitgaande geldstromen
Liquiditeitsbehoefte Behoefte aan geldmiddelen
Medium Term Notes Verhandelbaar schuldpapier, met gestandaardiseerde voorwaarde.
Nettingovereenkomst Een overeenkomst op grond waarvan de wederzijdse verplichtingen tussen partijen verrekend worden waardoor wordt bepaald wat de ene partij per saldo aan de andere partij verschuldigd is.
Obligatie Verhandelbare schuldbekentenis als onderdeel van een obligatielening uitgegeven door de overheid of een bedrijf
Onderhandse lening Een lening waarbij de voorwaarden in onderling overleg met de geldgevende partij worden overeengekomen. Een dergelijke lening is moeilijk verhandelbaar.
Rating Kredietwaardigheidbeoordeling van debiteuren door instituten zoals Moody’s, Standard & Poors (S&P) en Fitch. Een rating is de inschatting van de kans op wanbetaling bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen. Een hogere rating houdt een betere kredietwaardigheid in. Een overzicht van ratings is opgenomen in bijlage 2.
Rekening courant Lopende rekening bij een bank
Rente-instrumenten Afgeleide financiële instrumenten om posities af te schermen of in te dekken. Het betreft verhandelbare contracten ten aanzien van bepaalde rechten of verplichtingen met as onderliggende waarde een geldlening of belegging. Niet de geldlening zelf wordt verhandeld, maar bijvoorbeeld het recht deze te kopen of verkopen tegen vooraf bepaalde voorwaarden. Ook het recht om op een toekomstig tijdstip de rente vast te stellen op een bepaalde wijze kan in een contract worden geregeld. Zie ook “Derivaten”.
Rentetypische looptijd Het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening, waarin op basis van de leningvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.
Renterisico Het effect op de financiële resultaten van de gemeente voortvloeiende uit renteontwikkelingen.
Renterisicobeheer Spreiding van toekomstige renterisico’s op korte en lange termijn ter voorkoming van overmatige blootstelling aan renteontwikkelingen.
Renterisconorm Een bedrag ter grootte van een percentage van de totale vaste schuld bij aanvang van het jaar. Het percentage wordt bij ministeriële regeling vastgesteld.
Rentevisie Toekomstverwachting over de renteontwikkelingen
Risicomanagement Het inzichtelijk maken van toekomstige risico’s (rente-, krediet-, liquiditeits-, koers- en valutarisico’s) en het beheersen, verminderen en spreiden daarvan
Risicobeheer De uitvoering van het risicomanagement
Schatkistbankieren Regeling waarbij de decentrale overheden overtollige middelen verplicht moeten aanhouden in ’s Rijks schatkist
Solvabiliteitsratio Het in een lidstaat voor een financiële onderneming voorgeschreven minimumniveau aansprakelijk vermogen tegenover aangehouden naar risicograad gewogen activum.
Treasury Alle activiteiten die zich richten op het sturen en het beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële posities en de hieraan verbonden risico’s.
Treasurybeleid Uitgangspunten, doelstellingen, richtlijnen en limieten, organisatorische en administratieve kaders, de informatievoorziening en de administratieve organisatie ter uitvoering van de treasuryfunctie.
Treasuryparagraaf Onderdeel van de programmabegroting en het jaarverslag waarin, voor de uitvoering van de treasuryfunctie, de beleidsplannen respectievelijk de realisatie van deze beleidsplannen voor het begrotingsjaar zijn opgenomen.
Treasurystatuut Hierin wordt het treasurybeleid vastgelegd.
Vaste schuld Alle aangegane geldleningen met een rentetypische looptijd van één jaar of langer bij aangaan van de lening plus de ontvangen waarborgsommen.
Vastrentende waarden Effecten waarbij gedurende de looptijd een vast bedrag aan rente wordt uitgekeerd en waarbij aan het eind van de looptijd de hoofdsom wordt terugbetaald. Voorbeelden hiervan zijn obligaties en spaarbewijzen
Vlottende schuld Alle aangegane geldleningen met een looptijd korter dan één jaar, de schulden die in rekening-courant worden aangehouden en de voor een periode korter dan één jaar ontvangen waarborgsommen (vlottende schuld dient er toe om tijdelijke liquiditeitstekorten bij de financiering van de lopende uitgaven op de begroting te kunnen opvangen).
2.Overzicht ratings
Moody's
Standard & Poor’s
Fitch
Lang
Kort
Lang
Kort
Lang
Kort
Aaa
P-1
AAA
A-1+
AAA
A1+
Prime
Aa1
AA+
AA+
High grade
Aa2
AA
AA
Aa3
AA-
AA-
A1
A+
A-1
A+
A1
Upper Medium grade
A2
A
A
A3
P-2
A-
A-2
A-
A2
Baa1
BBB+
BBB+
Lower Medium grade
Baa2
P-3
BBB
A-3
BBB
A3
Baa3
BBB-
BBB-
Ba1
Not Prime
BB+
B
BB+
B
Non Investmentgrade speculative
Ba2
BB
BB
Ba3
BB-
BB-
B1
B+
B+
Highly Speculative
B2
B
B
B3
B-
B-
Caa
CCC+
C
CCC
C
Substential risks
Ca
CCC
Extemely speculative
C
CCC-
In default with little prospect for discovery
/
D
/
DDD
/
In default
/
DD
/
D
3.Waarborgfondsen
Stichting Waarborgfonds Sport
De Stichting Waarborgfonds Sport (SWS) is in 1980 opgericht en heeft als doel om onder bepaalde voorwaarden borgstellingen te verlenen aan sportorganisaties voor de externe financiering van de bouw -, aanleg -, renovatie- of aankoop van sportaccommodaties. SWS verstrekt borgstellingen tot 50% van het te financieren bedrag, terwijl veel gemeenten een garantie voor die andere 50% verstrekken. In de loop der jaren is het aantal verstrekte borgstellingen snel toegenomen. In de praktijk van vandaag blijken banken zonder de borgstellingen nauwelijks in staat en bereid te zijn om financiering te verstrekken.
Het beleid van de SWS is erop gericht dat bij borging van een lening in beginsel ook een gemeentegarantie wordt verstrekt voor 50% van het te lenen bedrag.
Waarborgfonds voor de Zorgsector
Het Waarborgfonds voor de Zorgsector (WFZ) is een onafhankelijk instituut dat zorginstellingen de mogelijkheid biedt voordelige leningen af te sluiten. Het WFZ doet dit door geldgevers de betaling van rente en aflossing te garanderen. Het WFZ kan in principe alle leningen borgen die worden aangetrokken voor investeringen in zorggerelateerde activa.
Bij dit waarborgfonds heeft de gemeente geen bemoeienis.
Stichting Waarborgfonds Kinderopvang
De Stichting Waarborgfonds Kinderopvang heeft ten doel het ondersteunen van organisaties die investeren in de opvang en ontwikkeling van kinderen door het stimuleren van goed ondernemerschap, verantwoorde investeringen en kwaliteit van huisvesting door middel van:
verstrekking van borgstellingen en garanties;
ontwikkeling en verspreiding van kennis en expertise;
initiatie en stimulering van innovatie;
onderzoek.
Ook bij dit waarborgfonds heeft de gemeente geen bemoeienis.
Stichting Waarborgfonds Sociale Woningbouw
Doel van het WSW is ervoor te zorgen dat woningcorporaties met de status van toegelaten instelling toegang krijgen tot de kapitaalmarkt en leningen kunnen aantrekken tegen zo laag mogelijke kosten. Om dit doel te bereiken staat het WSW borg voor de leningen die woningbouwcorporaties aantrekken. Dat doen ze echter niet zomaar. Om borgstelling van het WSW te krijgen moet de toegelaten instelling deelnemer zijn van het WSW. Het WSW accepteert alleen instellingen waarvan na een gedegen onderzoek is vast komen te staan dat zij aan de kredietwaardigheidseisen van het WSW voldoen. Dit onderzoek wordt jaarlijks herhaald. Daarnaast moet de gemeente waarin het als onderpand ingebracht bezit is gelegen een achtervangpositie hebben ingenomen. Zonder deze achtervang verleent het WSW geen borgstellingen. De achtervang is onderdeel van de zekerheidsstructuur inzake geldleningen en bestaat uit de volgende lagen:
Het eigen vermogen van de woningbouwcorporatie (dit noemt men primaire zekerheid).
Onder bepaalde voorwaarden is steun mogelijk van het Centraal Fonds voor de Volkshuisvesting.
Het vermogen van het WSW (secundaire zekerheid)
De achtervangpositie van het Rijk en de gemeenten (tertiaire zekerheid)
De achtervang bestaat uit het verstrekken van renteloze leningen aan het WSW. De verdeling hierbij is 50% Rijk en 50% gemeenten.
In 2004 heeft de gemeente Halderberge een ongelimiteerde achtervangovereenkomst afgesloten met het WSW. Sindsdien hebben drie woningbouwcorporaties van het WSW gebruik gemaakt voor het borgen van leningen voor projecten in de gemeente Halderberge. De overeenkomst is in 2013 beëindigd, waarna per verzoek van een woningcorporatie wordt beoordeeld of de gemeente een achtervangpositie zal innemen.
Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen
De Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen (WEW) is op 10 november 1993 opgericht door het Ministerie van VROM en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). Achtergrond hiervan was de wens van het Rijk en de gemeenten om te komen tot verzelfstandiging van het instrument gemeentegarantie met rijksdeelneming. Per 1 januari 1995 was deze verzelfstandiging een feit met de introductie van de Nationale Hypotheek Garantie (NHG).
Het WEW heeft als doel het bevorderen van het eigenwoningbezit en is verantwoordelijk voor het beleid en de uitvoering van de NHG. Jaarlijks stelt zij regels op voor het verstrekken van NHG. Deze 'voorwaarden en normen' moeten worden goedgekeurd door de Minister van VROM en de VNG. De uitvoering van de NHG vindt plaats bij de geldverstrekkers. Controle op dossiers vindt plaats op het moment dat een schadedeclaratie wordt ingediend. Er is dus sprake van een systeem met repressief toezicht. Het WEW ondersteunt de geldverstrekkers bij de uitvoering van de NHG en beheert het fondsvermogen in verband met het risico van de NHG.
Het WEW is een private instelling met achtervangovereenkomsten met het Rijk en de deelnemende gemeenten. Op basis van deze overeenkomsten kan de stichting bij dreigende liquiditeitstekorten een beroep doen op achtergestelde, renteloze leningen van het Rijk (50%) en van de participerende gemeenten (50%). Omdat met het Rijk en met alle gemeenten een achtervangovereenkomst is gesloten, is Nationale Hypotheek Garantie voor de financiering van de aankoop van een woning in heel Nederland mogelijk.
Voor de herindeling van 1 januari 1997 hebben de gemeenteraden van de voormalige gemeenten Hoeven, Oudenbosch en Oud en Nieuw Gastel ingestemd met een achtervangovereenkomst met het WEW. Vanaf 2011 is een nieuwe achtervangregeling in werking getreden, omdat de financiële risico’s die gemeenten liepen steeds groter en daarmee onverantwoord werden. Gevolg van deze nieuwe regeling is dat de oude achtervangovereenkomsten in 2010 zijn beëindigd.
4.Voorwaarden voor borgstellingen
Voorwaarden voor de aanvrager en het verzoek tot borgstelling:
Een verzoek tot borgstelling dient gemotiveerd ingediend te worden t.a.v. het College van burgemeester en wethouders.
Het doel waarvoor de borgstelling wordt verleend moet passen binnen de regelgeving en het gemeentelijke beleid uit hoofde van de publieke taak.
De te financieren zaken moeten in overwegende mate ten goede komen aan de inwoners van de gemeente Halderberge.
De lening moet worden bestemd voor het doel waarvoor deze is aangegaan.
Er kunnen aanvullende zekerheden worden gevraagd. Bij een onroerende zaak kan dat het recht van hypotheek of recht van opstal zijn. Bij een roerende zaak kan dat het recht van pand zijn.
Het college kan vooraf eisen stellen ten aanzien van de administratie en de controle daarop.
Zonder toestemming van het college is de geldnemer niet toegestaan nieuwe geldleningen, rekening courantovereenkomsten of borgtochten aan te gaan dan wel gelden uit te lenen.
De geldnemer verbindt zich al die maatregelen te nemen welke het college nuttig en nodig acht ter waarborging van de financiële belangen van de gemeente.
Als de omvang of het belang van de borgstelling daartoe aanleiding geeft, kunnen aanvullende voorwaarden door het college van burgemeester en wethouders worden gesteld.
Indien de gemeente als borg wordt aangesproken voor de betaling van rente en aflossing van de geborgde lening, blijft deze betaling als schuld op de geldnemer rusten, vermeerderd met de op het moment van aanspraak geldende rente.
Het college dient direct te worden geïnformeerd indien substantiële financiële tegenvallers in de exploitatie dreigen op te treden.
Het onroerend goed moet voldoende, d.w.z. tegen herbouw-/vervangingswaarde, verzekerd zijn.
Zonder voorafgaande toestemming van het college is het de geldnemer niet toegestaan onroerende zaken te vervreemden, te bezwaren dan wel te veranderen van bestemming.
Aan een te verlenen borgstelling worden voorwaarden aan de kredietverstrekker gesteld (zie verderop).
De exploitatie van de aanvrager moet de jaarlijkse lasten kunnen dragen (ofwel de aanvrager moet voldoende kredietwaardig zijn).
Het doel is niet te realiseren zonder gemeentelijke borgtocht.
De te financieren zaken moeten essentieel zijn voor het voortbestaan of het in voldoende mate kunnen functioneren van de aanvrager.
Als het verzoek in behandeling wordt genomen kunnen aanvullende stukken worden opgevraagd zoals de leningvoorwaarden, het financiële jaarverslag van één of meerdere jaren, de begroting, een liquiditeitsplanning en de statuten.
Voorwaarden voor de geldgever:
De geldgever is verplicht zijn bestaande of toekomstige zekerheden eerst uit te winnen, alvorens de gemeente aan te spreken. Ten behoeve van een eventuele toekomstige regresvordering zal de gemeente in de rechten van de geldgever tegen de schuldenaar treden. De gemeente wordt van rechtswege bevrijd van alle uit de borgtocht voortvloeiende verplichtingen, wanneer de geldgever een of meer van die zekerheden geheel of gedeeltelijk prijsgeeft, tenzij en voor zover het college hiervoor vooraf schriftelijk toestemming verleent aan de geldgever;
De geldgever dient erop toe te zien, dat, indien het object waarvoor de financiering is aangetrokken wordt vervreemd, de betreffende geldlening wordt afgelost en de garantie daardoor komt te vervallen;
De geldgever dient aan de gemeente jaarlijks een opgave te verstrekken van het schuldrestant van de lening;
Bij ingebrekestelling van de schuldenaar dient de schuldeiser hiervan tegelijkertijd aan het college mededeling te doen;
De geldgever zal de faciliteiten betreffende de geldlening niet verhogen zonder dat het college vooraf schriftelijke toestemming heeft verleend.