Naar hoofdinhoud

Artikel 14

Onderwerpselectie

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie Ridderkerk 2015

1.. De commissie bepaalt de onderwerpen die zij onderzoekt, formuleert de probleemstelling en stelt de onderzoeksopzet vast. 2.. Alvorens een onderwerp te kiezen, vindt afstemming plaats met de rekenkamer(commissie) van Albrandswaard en Barendrecht, om te bezien of sprake is van gelijktijdig door hen uit te voeren onderzoek of om te komen tot een mogelijke afstemming of gezamenlijke aanpak. 3.. Jaarlijks vindt in september in de auditcommissie afstemming plaats met de gemeente Ridderkerk en de BAR-organisatie over voorgenomen onderzoeken. De rekenkamercommissie meldt uiterlijk 10 september aan de griffie welke onderwerpen in het volgende jaar onderzocht kunnen gaan worden. 4.. Jaarlijks treedt de commissie in gezamenlijk overleg met de fractievoorzitters en de griffier over eventueel gewenste onderzoeksonderwerpen. 5.. De raad kan de commissie een gemotiveerd verzoek doen tot het instellen van een onderzoek. De commissie bericht de raad binnen een maand in hoeverre aan dat verzoek wordt voldaan. Indien de commissie niet aan het verzoek van de raad voldoet, dan zal zij daarvoor goede gronden aanvoeren. 6.. De commissie kan zogenaamde quick scans uitvoeren welke betrekking hebben op een beperkter terrein dan de onderzoeken welke normaliter worden uitgevoerd. 7.. De commissie streeft er naar ten minste twee onderzoeken/quick scans per jaar uit te voeren. 8.. De in het eerste lid bedoelde onderzoeksopzet wordt door de commissie ter kennisneming aan de raad verstuurd. 9.. De commissie beargumenteert de keuze voor te onderzoeken onderwerpen op basis van de volgende criteria en is bevoegd daaraan andere criteria toe te voegen: Is het onderwerp een prioriteit binnen het gemeentelijk beleid. Is er sprake van een groot maatschappelijk belang. Is er sprake van een groot financieel belang. Is er sprake van risico’s voor de doelmatigheid, rechtmatigheid of doeltreffendheid. Is het onderwerp niet onlangs onderzocht door anderen (het college uit hoofde van artikel 213a, de accountant, een onderzoeksbureau, de BAR-organisatie). Is de rekenkamercommissie in het bijzonder geschikt om onderzoek te doen naar het onderwerp op basis van haar bevoegdheden, kennis of vaardigheden. Is er voldoende variatie in de onderwerpen die de rekenkamercommissie in één jaar en over de jaren heen onderzoekt. Is het een onderwerp dat beter onderzocht zou kunnen worden door een enquêtecommissie uit de raad. 10.. In haar plan van aanpak en haar onderzoeksrapport neemt de commissie haar argumentatie voor haar keus van het onderwerp op.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel