Naar hoofdinhoud

Artikel 15

Werkwijze

Onderdeel van Verordening op de rekenkamercommissie Ridderkerk 2015

De commissie is belast met en verantwoordelijk voor de uitvoering, begeleiding en sturing van het onderzoek volgens de door haar vastgestelde onderzoeksopzet. De commissie beoordeelt of het wenselijk is de raad tussentijds te informeren. De commissie is bevoegd bij alle leden van het gemeentebestuur en bij alle voor hem werkzame ambtenaren de mondelinge en schriftelijke inlichtingen in te winnen die zij nodig acht voor de uitvoering van de onderzoeken. De leden van het gemeentebestuur en de voor hem werkzame ambtenaren zijn verplicht de gevraagde inlichtingen binnen de door de commissie gestelde termijn te verstrekken. De commissie kan de bevoegdheden genoemd onder het derde lid mandateren aan een van haar leden of haar secretaris. Voor de uitvoering van het onderzoek kan de commissie, met inachtneming van het beschikbare budget, externe personen of bureaus inschakelen. De commissie stelt de betrokkenen in de gelegenheid om binnen een door haar te stellen termijn, die tenminste twee weken bedraagt, hun zienswijze op het conceptonderzoeksrapport aan de commissie kenbaar te maken. Betrokkenen zijn degenen wier taakuitvoering (mede) onderwerp van onderzoek is of is geweest. De commissie bepaalt wie verder als betrokkenen worden aangemerkt. De commissie stelt vervolgens het betrokken bestuursorgaan in de gelegenheid binnen een door haar te stellen termijn, die ten minste vier weken bedraagt, zijn reactie aan de commissie te geven op de conclusies en aanbevelingen van het conceptonderzoeksrapport.Het betrokken bestuursorgaan deelt, indien van toepassing ten minste mee: welke aanbevelingen worden overgenomen en op welke wijze; of indien aanbevelingen niet worden overgenomen, de motivering waarom van aanbevelingen wordt afgeweken. Indien aard en omvang van het onderzoek dit toestaan kan het wederhoor zoals is vastgelegd in artikel 6 en 7 gelijktijdig plaatsvinden, met inachtneming van een termijn van tenminste 4 weken. Na vaststelling door de commissie worden het onderzoeksrapport en de nota met conclusies en aanbevelingen inclusief de reactie van het betrokken bestuursorgaan op het rapport zo spoedig mogelijk, onder toezending van een afschrift aan het betrokken bestuursorgaan, het college en betrokkenen, aan de raad aangeboden. Na het uitbrengen van het rapport aan de raad, maakt de commissie de resultaten met een persbericht openbaar en bepaalt zij welke eventuele verdere perscontacten zij wenst over de resultaten. Woordvoerder van de commissie is de voorzitter, tenzij de commissie anders bepaalt. De commissie brengt jaarlijks vóór 1 april verslag uit aan de raad over haar werkzaamheden van het voorgaande jaar. In het verslag rapporteert de commissie ten minste over: stand van zaken onderzoeken overige activiteiten van de commissie de besteding van het budget, onderverdeeld zoals opgenomen in artikel 17, tweede lid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel