Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10:

Vaststelling van het inkomen en draagkracht

Onderdeel van Beleidsregels Participatiewet, IOAW, IOAZ, Bbz; Bijzondere bijstand Ridderkerk 2015

Inkomen: het inkomen zoals genoemd in artikel 32 Participatiewet inclusief toeslagen (zoals vakantietoeslag, overwerktoeslag, 13e maand), alsmede inkomen uit vermogen. Uit artikel 31 lid 1 vloeit voort dat alleen maar rekening gehouden kan worden met het inkomen waarover een belanghebbende redelijkerwijs kan beschikken. Bij de vaststelling van het draagkrachtinkomen bij vaste inkomsten wordt uitgegaan van de hoogte van het inkomen over de laatste periode voorafgaande aan de maand van aanvraag, maal twaalf maanden. (Bijvoorbeeld het inkomen in de maand of 4 weken voorafgaand aan de maand van aanvraag). Bij de vaststelling van het draagkrachtinkomen bij onregelmatige inkomsten wordt uitgegaan van het gemiddelde inkomen van de zes maanden voorafgaand aan de maand van aanvraag, maal twaalf maanden. Bij de vaststelling van het draagkrachtinkomen van zelfstandigen die geen uitkering ontvangen op grond van het Besluit bijstand zelfstandigen (Bbz), wordt uitgegaan van: de som van de inkomsten over het jaar voorafgaand aan het tijdstip waarop de draagkrachtperiode aanvangt, waarbij een bruto-netto berekening wordt gehanteerd conform artikel 6 lid 2 Bbz: Van de som van de netto-inkomsten over het jaar voorafgaand, dient een bedrag van 20% in mindering gebracht te worden als zijnde de verschuldigde belastingen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel