Op grond van artikel 15, lid 3 Gemeentewet dient de raad een gedragscode vast te stellen voor zijn leden. Hiermee heeft de wetgever willen onderstrepen dat integriteit een essentiële voorwaarde is voor het goed functioneren van ons (lokaal) openbaar bestuur. De bij verordening (12/2002) ingestelde Commissie toetsing verenigbaarheid van functies kan ingevolge artikel 2, lid 2 van genoemde verordening adviseren bij het opstellen van de gedragscode.
De gedragscode geldt voor de raadsleden maar richt zich ook tot de raad als bestuursorgaan. De gedragscode is van overeenkomstige toepassing op fractievertegenwoordigers.
Toelichting:
De wetgever heeft in artikel 15, lid 3 Gemeentewet de verantwoordelijkheid voor het vaststellen van de gedragscode voor de raadsleden uitdrukkelijk bij de raad zèlf gelegd en niet bij enig ander orgaan.
Deze vaststelling door de raad draagt tevens bij aan de noodzakelijk te achten transparantie van het openbaar bestuur, zowel voor de burgers als voor de direct betrokkenen, te weten de raadsleden.
Integriteit is niet alleen een verantwoordelijkheid van de individuele politieke ambtsdrager, maar een gezamenlijk belang dat de hele organisatie en het hele bestuur in al zijn geledingen aangaat. De gedragscode richt zich daarom zowel tot de individuele politieke ambtsdrager als tot het bestuursorgaan.