In deze gedragscode wordt - in aanvulling op wat op dat gebied al bij wet is bepaald - een aantal richtlijnen gegeven, waaraan raadsleden zich in de uitoefening van hun functie dienen te houden.
Het raadslid gedraagt zich zodanig, dat hij ten opzichte van iedere burger, organisatie of instelling vrij blijft staan en zich zonder verplichtingen voelt.
Het raadslid voorkomt elke schijn van persoonlijk belang bij enig door de raad te nemen besluit.
Toelichting:
Artikel 15, lid 1 Gemeentewet geeft een opsomming van werkzaamheden en handelingen, waarvan raadsleden zich uitdrukkelijk dienen te onthouden. Omdat deze handelingen al bij wet verboden zijn, is ervan afgezien deze handelingen nogmaals expliciet in de gedragscode op te nemen. Voor de volledigheid zij voorts vermeld dat artikel 13 Gemeentewet een opsomming geeft van de functies die onverenigbaar zijn met het raadslidmaatschap. Artikel 28, lid 1 Gemeentewet bepaalt voorts dat een raadslid niet aan de stemming deelneemt over een aangelegenheid die hem rechtstreeks of middellijk persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken. Evenmin neemt hij deel aan de stemming over de vaststelling of goedkeuring van de rekening van een lichaam, waaraan hij rekenplichtig is of waarvan hij bestuurslid is.