De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 100,00,
indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten
aanzien van wie het college op redelijke gronden kan
vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of
onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek,
bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 200,00,
indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende
medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem
vastgestelde voorziening, bedoeld in artikel 23, eerste
lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoelt in
artikel 9 van deze verordening.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 300,00,
indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in
artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of
binnen de door het college op grond van artikel 31,
tweede lid, onderdeel a, van de wet, verlengde termijn
het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands
als tweede taal I of II heeft behaald.
De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde
bestuurlijke boete bedraagt maximaal het daarvoor in
artikel 34 van de wet, genoemde bedrag.
Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd indien voor dezelfde
gedraging de bijstand op grond van
artikel 18, lid 2 van de WWB kan worden verlaagd dan wel een boete of
maatregel kan of moet
worden opgelegd op grond van bij algemene maatregel van bestuur aan te
wijzen sociale
zekerheidswetten of sociale zekerheidsregelingen. In ieder geval wordt
geen boete opgelegd als
de overtreding niet verwijtbaar is.
Hoofdstuk
Artikel 10
De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen
Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Wierden