Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 10

De hoogte van de bestuurlijke boetes voor de verschillende overtredingen

Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Wierden

De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 100,00, indien de inburgeringsplichtige of de persoon ten aanzien van wie het college op redelijke gronden kan vermoeden dat deze inburgeringsplichtig is geen of onvoldoende medewerking verleent aan het onderzoek, bedoeld in artikel 25, vierde lid, van de wet. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 200,00, indien de inburgeringsplichtige geen of onvoldoende medewerking verleent aan de uitvoering van de voor hem vastgestelde voorziening, bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet of aan de verplichtingen, bedoelt in artikel 9 van deze verordening. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 300,00, indien de inburgeringsplichtige niet binnen de in artikel 7, eerste lid, van de wet bedoelde termijn of binnen de door het college op grond van artikel 31, tweede lid, onderdeel a, van de wet, verlengde termijn het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald. De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt maximaal het daarvoor in artikel 34 van de wet, genoemde bedrag. Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd indien voor dezelfde gedraging de bijstand op grond van artikel 18, lid 2 van de WWB kan worden verlaagd dan wel een boete of maatregel kan of moet worden opgelegd op grond van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen sociale zekerheidswetten of sociale zekerheidsregelingen. In ieder geval wordt geen boete opgelegd als de overtreding niet verwijtbaar is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel