Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 11

Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding

Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Wierden

De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10, eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 200,00, indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10, tweede lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 400,00 indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig maakt aan dezelfde overtreding. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 600,00 indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald. De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,00 voor de duur van twee maanden indien de inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet vastgestelde termijn het inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald. Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd indien voor dezelfde gedraging de bijstand op grond van artikel 18, lid 2 van de WWB kan worden verlaagd dan wel een boete of maatregel kan of moet worden opgelegd op grond van bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen sociale zekerheidswetten of sociale zekerheidsregelingen. In ieder geval wordt geen boete opgelegd als de overtreding niet verwijtbaar is. 6.De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bestuurlijke boete bedraagt maximaal het daarvoor in artikel 34 van de wet, genoemde bedrag. Hoofdstuk 4 Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige inburgeraars

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel