De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
eerste lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 200,00,
indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de
vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig
maakt aan dezelfde overtreding.
De bestuurlijke boete voor overtredingen, bedoeld in artikel 10,
tweede lid van deze verordening, bedraagt ten hoogste € 400,00
indien de inburgeringsplichtige zich binnen twaalf maanden na de
vorige als verwijtbaar aangemerkte overtreding opnieuw schuldig
maakt aan dezelfde overtreding.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 600,00 indien de
inburgeringsplichtige niet binnen de door het college op grond
van artikel 32 van de wet vastgestelde termijn het
inburgeringsexamen of het staatsexamen Nederlands als tweede
taal I of II heeft behaald.
De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste € 1.000,00 voor de
duur van twee maanden indien de inburgeringsplichtige niet
binnen de door het college op grond van artikel 33 van de wet
vastgestelde termijn het inburgeringsexamen of het staatsexamen
Nederlands als tweede taal I of II heeft behaald.
Geen bestuurlijke boete wordt opgelegd indien voor dezelfde
gedraging de bijstand op grond van
artikel 18, lid 2 van de WWB kan worden verlaagd dan wel een boete of
maatregel kan of moet
worden opgelegd op grond van bij algemene maatregel van bestuur aan te
wijzen sociale
zekerheidswetten of sociale zekerheidsregelingen. In ieder geval wordt
geen boete opgelegd als
de overtreding niet verwijtbaar is.
6.De in het eerste, tweede en derde lid bedoelde bestuurlijke boete
bedraagt maximaal het daarvoor
in artikel 34 van de wet, genoemde bedrag.
Hoofdstuk 4 Het aanbieden van een voorziening aan vrijwillige
inburgeraars
Hoofdstuk
Artikel 11
Verhoging van de bestuurlijke boete bij herhaling van de overtreding
Onderdeel van Verordening Wet inburgering gemeente Wierden