**1..** In deze verordening wordt verstaan onder:
wet : de Wet werk en bijstand;
WIJ : de Wet investeren in jongeren;
referteperiode : een periode van 36 maanden, direct voorafgaand aan de peildatum;
peildatum : de datum waarop in enig jaar het recht op de langdurigheidstoeslag ontstaat;
inkomen : het inkomen als bedoeld in artikel 32 van de wet, met dien verstande dat voor de zinsnede “een periode waarover een beroep op bijstand wordt gedaan” als bedoeld in het eerste lid, aanhef, sub b. moet worden gelezen “de referteperiode”. Een bijstandsuitkering wordt, in afwijking van artikel 32 van de wet, voor de beoordeling van het recht op langdurigheidstoeslag als inkomen gezien;
belanghebbende : degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit op grond van deze verordening is betrokken;
norm : de op de belanghebbende van toepassing zijnde norm als bedoeld in de artikelen 20 en 21 van de wet, respectievelijk de artikelen 26, 27 en 28 van de WIJ, exclusief vakantietoeslag en inclusief de toeslag of verlaging als bedoeld in de Toeslagenverordening WWB gemeente Dinkelland 2004 respectievelijk de Toeslagenverordening WIJ gemeente Dinkelland 2009;
het college : het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Dinkelland.
**2..** De in deze verordening gehanteerde begrippen en begripsbepalingen hebben dezelfde betekenis als bedoeld in de wet en de Algemene wet bestuursrecht, tenzij daarvan uitdrukkelijk in deze verordening wordt afgeweken.
Artikel 1
Begripsbepalingen
Onderdeel van Verordening langdurigheidstoeslag gemeente Dinkelland 2010