De vergunning kan in, onverminderd het bepaalde in artikel 8 van deze verordening, in elk geval worden geweigerd op grond van:

  • - de natuurwaarde van de houtopstand;
  • - de ruimtelijke betekenis van de houtopstand;
  • - de cultuurhistorische/monumentale waarde van de houtopstand;
  • - de waarde voor de leefbaarheid van de houtopstand.