**1..** Het college kan aan een uitkeringsgerechtigde met een gemeentelijke
uitkering een tegenprestatie opleggen, waarbij het moet gaan om
maatschappelijk nuttige werkzaamheden die onbeloond plaatsvinden. De
werkzaamheden zijn additioneel van aard.
**2..** Van een uitkeringsgerechtigde wordt verwacht dat hij zelf invulling
geeft aan de tegenprestatie en daarvoor met voorstellen komt. Indien
nodig kan daarbij ondersteuning worden geboden. Het college
beoordeelt deze voorstellen.
**3..** De tegenprestatie kan als volgt worden ingevuld:
overige maatschappelijk nuttige werkzaamheden;
het volgen van taal- of beweegtraining;
activeringsprogramma’s;
het met een tijdsbeslag van tenminste 8 uur per week werken
aan persoonlijke problemen met als doel het invulling kunnen
geven aan één van de hiervoor genoemde vormen van
tegenprestatie. Dit kan worden gezien als een eerste fase in
het doen van een tegenprestatie.
**4..** De tegenprestatie is niet bedoeld als re-integratie instrument en
mag toeleiding naar de arbeidsmarkt of het verkrijgen van betaald
werk niet in de weg staan.
**5..** De tegenprestatie mag niet leiden tot verdringing van regulier werk
op de arbeidsmarkt.
Hoofdstuk 3
Artikel 4:
Inhoud tegenprestatie
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Asten 2015