1.. De tegenprestatie wordt naar vermogen opgedragen voor minimaal 8 uur per week gedurende een periode van minimaal 6 maanden per jaar.

2.. Bij het opdragen van de omvang en inhoud van een tegenprestatie houdt het college rekening met de volgende factoren:

  • - de tegenprestatie moet naar vermogen kunnen worden verricht door een uitkeringsgerechtigde;
  • - de persoonlijke situatie en individuele omstandigheden van een uitkeringsgerechtigde
  • - de persoonlijke wensen en competenties van een uitkeringsgerechtigde
  • - de tegenprestatie is gericht op de persoonlijke ontwikkeling van de uitkeringsgerechtigde
  • - het al verrichten door de uitkeringsgerechtigde van maatschappelijke activiteiten of vrijwilligerswerk