**1..** Ontheven van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie
is:
De uitkeringsgerechtigde die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt
is.
De alleenstaande ouder die vrijstelling van de arbeidsplicht heeft
in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot vijf
jaar
De uitkeringsgerechtigde die zorgtaken verricht als mantelzorger
voor tenminste 8 uur per week;
De uitkeringsgerechtigde die voor tenminste 8 uur per week
vrijwilligerswerk verricht;
De uitkeringsgerechtigde die in het kader van de Wet
maatschappelijke ondersteuning gebruik maakt van een voorziening
gericht op individuele begeleiding of groepsbegeleiding
De uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan activiteiten in het kader
van een re-integratietraject.
**2..** Het college kan afwijken van het minimale uren gesteld in lid a, c
en d als toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard
leidt.
**3..** Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat
sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het eerste
lid.
Hoofdstuk 3
Artikel 6:
Ontheffingen
Onderdeel van Verordening tegenprestatie Participatiewet, IOAW en IOAZ Asten 2015