**1..** Ontheven van de plicht tot het verrichten van een tegenprestatie is:
- - De uitkeringsgerechtigde die duurzaam en volledig arbeidsongeschikt is.
- - De alleenstaande ouder die vrijstelling van de arbeidsplicht heeft in verband met de zorg voor (een) kind(eren) in de leeftijd tot vijf jaar
- - De uitkeringsgerechtigde die zorgtaken verricht als mantelzorger voor tenminste 8 uur per week;
- - De uitkeringsgerechtigde die voor tenminste 8 uur per week vrijwilligerswerk verricht;
- - De uitkeringsgerechtigde die in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning gebruik maakt van een voorziening gericht op individuele begeleiding of groepsbegeleiding
- - De uitkeringsgerechtigde die deelneemt aan activiteiten in het kader van een re-integratietraject.
**2..** Het college kan afwijken van het minimale uren gesteld in lid a, c en d als toepassing ervan tot onbillijkheden van overwegende aard leidt.
**3..** Het college bepaalt op welke wijze dient te worden aangetoond dat sprake is van een vrijstellingsgrond als bedoeld in het eerste lid.