Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 8

Artikel 23

Verminderde verwijtbaarheid

Onderdeel van Beleidsregels handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Heerenveen

De mate waarin de schending van de inlichtingenplicht de belanghebbende kan worden verweten, wordt beoordeeld naar de omstandigheden waarin de belanghebbende verkeerde toen hij de inlichtingenplicht had moeten nakomen. Bij de beoordeling van de mate waarin de gedraging aan de belanghebbende kan worden verweten, leiden de volgende criteria tot verminderde verwijtbaarheid zoals bedoeld in artikel 18, lid 1 onder d: de belanghebbende verkeerde in onvoorziene en ongewenste omstandigheden, die niet tot het normale levenspatroon behoren en die hem weliswaar niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan de inlichtingenverplichting te voldoen, maar die emotioneel zo ontwrichtend waren dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt; de belanghebbende verkeerde in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen; er is anderszins sprake van omstandigheden die leiden tot verminderde verwijtbaarheid.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel