Het college ziet af van het opleggen van een bestuurlijke boete indien:
het niet nakomen van een verplichting niet aan de belanghebbende kan worden verweten omdat hij/zij op het moment dat hij/zij aan de verplichting moest voldoen in onvoorziene en ongewenste omstandigheden verkeerde die niet tot het normale levenspatroon behoren en die het de belanghebbende feitelijk onmogelijk maakten om aan zijn/haar verplichtingen te voldoen waardoor het hem niet valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt;
daarvoor dringende redenen aanwezig zijn;
een belanghebbende onjuiste of onvolledige informatie verstrekt of een wijziging van omstandigheden niet onverwijld meldt, maar uit eigen beweging alsnog de juiste informatie verstrekt voordat het college de overtreding constateert. Het melden van de wijziging in het kader van een controle leidt niet tot ontbreken van verwijtbaarheid.
Hoofdstuk 8
Artikel 22
Afzien van het opleggen van een bestuurlijke boete bij ontbreken van verwijtbaarheid
Onderdeel van Beleidsregels handhaving Participatiewet, IOAW en IOAZ 2015 gemeente Heerenveen