Als tijdens de verlening van bijstand de maximale hypotheekruimte wordt opgenomen, komt aan de orde wat er na het bereiken van het maximumbedrag gaat gebeuren. De uitkering wordt om niet verleend, en er vindt in principe geen nieuwe vermogensbeoordeling plaats zolang het recht op bijstand doorloopt, of niet langer dan 30 dagen wordt onderbroken.
In het geval er op het moment van volstorting van de krediethypotheek naar verwachting sprake is van een stijging van de waarde van de woning, kan de gemeente opnieuw de overwaarde in de woning gaan vaststellen. Uiteraard wordt daarbij de hypothecaire schuld bij de Gemeente als negatief vermogensbestanddeel meegenomen. Als daartoe aanleiding bestaat kan er opnieuw bijstand in de vorm van een geldlening, onder verband van (een nieuwe) krediethypotheek worden verleend. We hanteren hiervoor een drempelbedrag van de netto bijstandsjaarnorm voor een gezin (afgerond naar boven en inclusief vakantiegeld).
Hoofdstuk
Artikel 8: