Naar hoofdinhoud
1. Bij verkoop van de woning, en indien het een echtpaar betreft, bij vererving na overlijden van de langstlevende echtgenoot, wordt het nog niet afgeloste deel van de geldlening, evenals de onder artikel 11 lid 10 en 11 bedoelde bijgeschreven rente, direct afgelost. 2. Bij verkoop van de woning kan het college wegens bijzondere omstandigheden van medische of sociale aard dan wel wegens werkaanvaarding elders door belanghebbende, na toepassing van het gestelde onder lid 1, besluiten een nieuwe geldlening te verlenen voor de aankoop van een andere woning, eveneens onder verband van hypotheek of pandrecht, tot ten hoogste het bedrag van de onder lid 1 afgeloste geldlening, onder de voorwaarde dat belanghebbende het na aflossing vrijgekomen vermogen – met inbegrip van het onder lid 3 bedoelde bedrag – volledig inzet voor de aankoop van de andere woning. 3. Indien bij verkoop van de woning, op basis van de waarde bij vrije oplevering in het economisch verkeer, het voor de afrekening beschikbare bedrag lager is dan het resterende bedrag van de geldlening en van de rentevordering, wordt het verschil kwijtgescholden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel