Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 13

Artikel 13.1

Toeslag voormalig alleenstaande ouder

Onderdeel van Beleidsregel Bijzondere Bijstand Gemeente Oldebroek 2015

Deze toeslag is vervallen per 1 januari 2015. Toeslagen die tot en met 31 december 2014 zijn toegekend kunnen blijven doorlopen tot het betreffende kind 21 jaar wordt of zelfstandig gaat wonen op een ander adres. De aanvulling wordt uitbetaald aan de ouder. Als de algemene bijstand stopt, stopt ook de toeslag. Voor de omrekening van inkomsten exclusief vakantietoeslag houd je de regels van artikel 31 lid 4 Participatiewet aan. Bij een kind met WSF geldt: Voor kinderen in Hoger onderwijs 52% van het meest recente bedrag dat voor levensonderhoud thuiswonenden wordt genoemd in overzicht 1 van art. 3.18 WSF 2000 (vanaf 1 januari 2014 is dat 52% van € 633,44 = € 329,39); voor kinderen in Beroepsonderwijs 68% van het meest recente bedrag voor levensonderhoud thuiswonenden wordt genoemd in overzicht 1 van art. 3.18 WSF 2000. (vanaf 1 januari 2013 is dat 68% van € 472,89 = € 321,57). Als een kind een tegemoetkoming op basis van de WTOS heeft, gelden artikel 33 lid 3 Participatiewet en artikel 4.3 WTOS.: Dit laatste artikel geeft voor een thuiswonende leerling € 106,20 (tot 1 januari 2013). Is er aan het kind alimentatie toegewezen dan wordt die ook aan het inkomen toegerekend. Heeft het kind geen inkomsten, om welke reden dan ook, dan wordt in de berekening het inkomen van het kind gesteld op de van toepassing zijnde bijstandsnorm + VT. Dat voorkomt dat de norm eenoudergezin verhoogd wordt tot echtparennorm waar de feitelijke situatie wijzigt naar alleenstaande. Berekening In schema ziet de berekening er als volgt uit: bij: norm echtpaar (relevante norm) af: inkomen ouder (minus een eventueel toepasselijke gemeentelijke verlaging) af: inkomen kind ----------------------------------------------------------------------------------------------- = aanvulling bijzondere bijstand

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel