Het college verstrekt geen bijzondere bijstand ter (gedeeltelijk) compensatie van een (scherpe) inkomensachteruitgang. De bijstandsnorm wordt toereikend geacht voor de voorziening in de algemeen noodzakelijke bestaanskosten.
Uitzondering
Er kan een overbruggingsuitkering worden verstrekt als de belanghebbende bij het indienen van de aanvraag voor uitkering niet voldoende middelen heeft om de periode tussen de aanvraag en de eerste uitbetaling van de uitkering zelf te overbruggen.
In de volgende situaties kan dit aan de orde zijn:
bij het (gedeeltelijk of) volledig ontbreken van inkomen vóór de uitkeringsaanvraag (detentie, inrichting, toelage COA);
bij echtscheiding waarbij de aanvrager onvoorzien achterblijft zonder financiële middelen.
Daarnaast moet er voldaan zijn aan de volgende voorwaarden:
er moet sprake zijn van broodnood;
de financiële situatie is zodanig dat het verlenen van een voorschot geen oplossing biedt omdat dit een schuldensituatie creëert of in stand houdt;
er is geen sprake van een tekortschietend besef van verantwoordelijkheid.
Hoogte en vorm bijzondere bijstand
De overbruggingsuitkering bedraagt € 50,00 per week voor een alleenstaande en € 75,00 voor een alleenstaande ouder en een echtpaar. De bijstand wordt verstrekt als bijstand 'om niet'.
Bewijsstukken
Bewijsstukken die aantonen dat er geen financiële middelen zijn (bijv. bank-/giroafschrift).
Hoofdstuk 13
Artikel 13.2
Overbrugging scherpe terugval in inkomen
Onderdeel van Beleidsregel Bijzondere Bijstand Gemeente Oldebroek 2015