Naar hoofdinhoud

Artikel 9.

Algemene bepalingen

Onderdeel van verordening leerlingenvervoer Maassluis 2014

Deze titel geeft bepalingen voor leerlingen van scholen die aangesloten zijn bij een samenwerkingsverband primair onderwijs, en leerlingen van instellingen voor cluster 1 en cluster 2 die primair onderwijs volgen. Dichtstbijzijnde speciale school voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband Het derde lid is een aanvulling op artikel 3. Voor alle onderwijssoorten geldt de hoofdregel van artikel 3, lid 1: een vervoersvoorziening wordt toegekend naar de dichtstbijzijnde voor de leerling toegankelijke school. Volgens artikel 4, lid 5, Wpo moet echter, wanneer het gaat om speciale scholen voor basisonderwijs, het vervoer naar de dichtstbijzijnde school in het samenwerkingsverband worden bekostigd. Dat hoeft niet per se de dichtstbijzijnde toegankelijke school van zijn soort te zijn. Het is mogelijk dat er een speciale school voor basisonderwijs buiten het samenwerkingsverband, maar dichterbij de woning is gelegen. Na invoering van het passend onderwijs beoordeelt het samenwerkingsverband of leerlingen toelaatbaar zijn tot het onderwijs aan speciale scholen voor basisonderwijs in het samenwerkingsverband (artikel 18a, lid 6, aanhef en onder c, Wpo). Een ‘toelaatbaarheidsverklaring’ voor een speciale school voor basisonderwijs, afgegeven door het samenwerkingsverband aan een leerling, geldt alleen binnen dat samenwerkingsverband (artikel 40,lid 8, Wpo). Een ander samenwerkingsverband kan immers hebben gekozen voor een hoger of lager niveau van basisondersteuningsvoorzieningen, die op elke school aanwezig is. In het derde lid wordt gesproken van de basisschool waarvan de leerling afkomstig is. Dit is op grond van artikel 3 de dichtstbijzijnde toegankelijke basisschool. In dat geval is artikel 9 van toepassing. Daarnaast geldt, als gevolg van de verwijzing naar artikel 3, bij toepassing van artikel 9, lid 3, aanhef en onderdeel b, ook hier het vereiste van schriftelijke instemming van de ouders. Adviezen van deskundigen Om te kunnen beoordelen of een leerling in aanmerking komt voor een vervoersvoorziening en, als dat het geval is, voor welke type voorziening de leerling dan in aanmerking komt, is in een aantal gevallen advies van deskundigen nodig. Dit zal in eerste instantie het samenwerkingsverband zijn. Voor de leerlingen van een cluster 1 en cluster 2 school zal dit de door een of meer instellingen ingestelde commissie van onderzoek zijn. Naast een advies over het type vervoersvoorziening dat nodig is, kan het advies ook bestaan uit informatie over de mate van zelfredzaamheid van de leerling en wat nodig is om de zelfredzaamheid te vergroten. Wanneer de specifieke handicap van de leerling daarom vraagt, kan advies worden ingewonnen van deskundigen als de huisarts van de leerling, medische specialist, jeugdgezondheidsdienst, stichting MEE, psycholoog, en dergelijke.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel