**1..** Burgemeester en wethouders houden de beslissing op de aanvraag om
een splitsingsvergunning aan indien:
**a..** voor de datum van indiening van de vergunningaanvraag voor het
gebied waarin het gebouw, waarop de vergunningaanvraag betrekking
heeft, is gelegen een voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 3.7
van de Wet ruimtelijke ordening van kracht is geworden met het oog
op de voorbereiding van een herstructureringsplan of van herziening
daarvan;
**b..** redelijkerwijs verwacht mag worden dat de in het
herstructureringsplan op te nemen maatregelen nadelig kunnen worden
beïnvloed door de voorgenomen splitsing.
**c..** naar het oordeel van burgemeester en wethouders redelijkerwijs
verwacht mag worden dat het belang dat de vergunningaanvrager bij
splitsing heeft, niet opweegt tegen het belang van het voorkomen van
belemmering van de herstructurering.
**2..** De aanhouding als bedoeld in het eerste lid duurt tot het moment dat
het voorbereidingsbesluit ingevolge artikel 21 van de Wet
ruimtelijke ordening is vervallen.
**3..** Burgemeester en wethouders kunnen de beslissing op de aanvraag om
een splitsingsvergunning tevens aanhouden indien de aanvrager
aannemelijk kan maken dat hij binnen een redelijke termijn de
gebreken als bedoeld in artikel 41, vierde lid, met het oog op de
voorgenomen splitsing zal opheffen.
**4..** Indien burgemeester en wethouders de beslissing op een aanvraag om
een splitsingsvergunning op grond van het derde lid aanhouden,
vermelden zij in het besluit tot aanhouding welke gebreken met het
oog op de voorgenomen splitsing moeten worden hersteld en binnen
welke termijn zij dit redelijk achten. Indien de in het besluit tot
aanhouding vermelde gebreken zijn hersteld binnen de in datzelfde
besluit aangegeven termijn wordt de vergunning verleend.
Hoofdstuk › Paragraaf
Artikel 42:
Aanhouden aanvraag om splitsingsvergunning
Onderdeel van Nieuwe Huisvestingsverordening Delft 2015