De gemeente ziet van verdere terugvordering van een niet verwijtbare vordering af als de belanghebbende:
gedurende 3 jaar (36 maanden) volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan;
gedurende 3 jaar (36 maanden) niet volledig aan de aflossingsverplichting heeft voldaan, maar de achterstallige aflossingen over deze periode alsnog ineens voldoet;
gedurende 5 jaar (60 maanden) geen betalingen heeft verricht en het niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment nog gaat verrichten;
gedurende 2 jaar (24 maanden) al dan niet betalingen heeft verricht en de nog openstaande vordering minder dan € 125,00 bedraagt; of
aan wie bijstand is verstrekt in de vorm van een geldlening voor de kosten van noodzakelijke gebruiksgoederen, gedurende 3 jaar (36 maanden) volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en over een inkomen op bijstandsniveau beschikt.
Het vorenstaande is niet van toepassing:
in het geval de terugvordering zijn grondslag heeft in artikel 58, lid 2 sub f onder 1 en 2 Participatiewet;
bij vorderingen die door een pand of hypotheek op een goed of goederen zijn gedekt (vestiging pandrecht of krediethypotheek) voor zover de vordering niet op die goederen verhaald kunnen worden.
Hoofdstuk 4
Artikel 12
Kwijtschelding na voldoen aan de aflossingsverplichting
Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering H2O 2015 gemeente Oldebroek