Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4

Artikel 13

Verrekening bijstand

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering H2O 2015 gemeente Oldebroek

Als de belanghebbende bijstand ontvangt van de gemeente, wordt de vordering in maandelijkse termijnen met deze bijstand verrekend. Deze verrekening vindt plaats op grond van artikel 60, lid 3 Participatiewet en artikel 6:127 Burgerlijk Wetboek. Als belanghebbende bijstand ontvangt van een andere gemeente of een andere instantie zoals genoemd in artikel 60a Participatiewet, wordt de vordering of geldlening in maandelijkse termijnen met deze bijstand verrekend. Deze verrekening vindt plaats op grond van het in dit lid genoemde artikel (pseudo-verrekening). Bij terugvordering van een niet verwijtbare vordering of geldlening bedraagt het in te houden bedrag 6% van de bijstandsnorm inclusief toeslag en vakantietoeslag. Bij terugvordering van een verwijtbare vordering bedraagt het in te houden bedrag 10% van de bijstandsnorm inclusief toeslag en vakantietoeslag. Bij een IOAZ of IOAW uitkering wordt het aflossingsbedrag bepaald op 5% (niet verwijtbare vordering) respectievelijk 10% (verwijtbare vordering) van de bruto uitkeringsgrondslag. Als de bijstand van de gemeente op enig moment wordt beëindigd, wordt aan de belanghebbende verzocht om de verschuldigde aflossingen zelf te blijven voldoen. Er wordt vervolgens wel een onderzoek ingesteld naar de aflossingscapaciteit van de belanghebbende, en wanneer nodig wordt het aflossingsbedrag gewijzigd vastgesteld. Als de bijstand wordt beëindigd, wordt de reservering van het vakantiegeld met de vordering verrekend.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel