Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

  • - gemeentelijke levensloopregeling:

    een regeling als bedoeld in artikel 19g van de Wet op de loonbelasting 1964;

  • - instelling:

    een door de ambtenaar gekozen kredietinstelling of verzekeraar als bedoeld in artikel 19g, vierde lid, Wet op de loonbelasting 1964;

  • - levenslooprekening:

    een bij de instelling door de ambtenaar geopende geblokkeerde rekening, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort;

  • - levensloopverzekering:

    een bij de instelling door de ambtenaar afgesloten verzekering, waarop de inleg van de ambtenaar wordt gestort;

  • - levenslooptegoed:

    het tegoed op een levenslooprekening onderscheidenlijk het verzekerd kapitaal.