Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 10

Indeling in categorieën gedragingen Ioaw/Ioaz

Onderdeel van Afstemmingsverordening 2010

De gedragingen bedoeld in artikel 20, tweede lid Ioaw en artikel 20, eerste lid Ioaz worden onderscheiden in de volgende categorieën: 1. Eerste categorie: a. het niet, niet tijdig of onvoldoende nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13 Ioaw/Ioaz en artikel 30 c, tweede en derde lid Suwi en dit niet heeft geleid tot het te veel of ten onrechte verstrekken van uitkering; b. het zich niet of niet tijdig laten registreren als werkzoekende bij het Uitvoeringsinstituut Werknemersvoorzieningen (UWV)  of het niet of niet tijdig laten verlengen van de registratie. 2. Tweede categorie: het niet, onvoldoende of niet binnen een door het college gestelde termijn nakomen van inlichtingen- en medewerkingsplicht als bedoeld in artikel 13 Ioaw/Ioaz en artikel 30 c, tweede en derde lid Suwi en dit heeft geleid tot het te veel of ten onrechte verstrekken van uitkering; 3. Derde categorie: a. het niet naar vermogen trachten algemeen geaccepteerde arbeid in dienstbetrekking te verkrijgen; b. het nalaten van hetgeen inschakeling in de arbeid belemmert; c. het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot het gebruik maken van geboden voorzieningen als bedoeld in artikel 37, eerste lid onderdeel e Ioaw/Ioaz en als bedoeld in artikel 10a WWB, voor zover dit niet heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de geboden voorziening. 4. Vierde categorie: a. het niet of onvoldoende nakomen van de verplichting tot het gebruik maken van geboden voorzieningen als bedoeld in artikel 37, eerste lid onderdeel e Ioaw/Ioaz en als bedoeld in artikel 10a WWB, voor zover dit heeft geleid tot het geen doorgang vinden of tot voortijdige beëindiging van de geboden voorziening; b. het zich zeer ernstig misdragen tegenover een medewerker belast met de uitvoering van de Ioaw/Ioaz.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel