Naar hoofdinhoud
2.1. Algemene uitgangspunten Als regel wordt gekozen voor het toepassen van een last onder bestuursdwang en niet voor het opleggen van een last onder dwangsom. Van een dwangsom mag in de meeste gevallen weinig effect worden verwacht, gelet op het feit dat het financiële gewin in het verdovende middelen-circuit dusdanig groot is dat met een dwangsom naar verwachting niet wordt bereikt dat een overtreding ophoudt of niet meer wordt herhaald. Bestuursdwang is een sterker middel dat in tegenstelling tot de dwangsom op korte termijn tot feitelijke beëindiging van de overtreding leidt. Bij het toepassen van bestuursdwang wordt vervolgens in principe gekozen voor sluiting van de woning respectievelijk het lokaal. Dit moet als de meest effectieve maatregel worden beschouwd om de met de Opiumwet strijdige situatie te doen beëindigen en herhaling ervan te voorkomen. Bij wijze van uitzondering kan in concrete gevallen, waar het middel van sluiting niet adequaat of niet evenredig is, bekeken worden welke andere vorm van bestuursdwang dient te worden toegepast. Indien het bijvoorbeeld gaat om affichering in een coffeeshop zal de maatregel kunnen bestaan uit het verwijderen van de reclame-uitingen. In dit soort gevallen blijft ook de toepassing van een dwangsom een optie. De toepassing van bestuursdwang strekt tot het beëindigen, en in de toekomst voorkomen, van een overtreding als bedoeld in artikel 13b Opiumwet. Daarmee is geen sprake van een sanctie met leedtoevoegend karakter (een punitieve sanctie). Het betreft nadrukkelijk een herstelsanctie. Als begunstigingstermijn wordt (behoudens spoedeisende gevallen) een periode van ten minste 24 uur aangehouden waarbinnen betrokkene zelf in de gelegenheid is om gehoor te geven aan de opgelegde last (bijvoorbeeld door het lokaal zelf te sluiten, de reclame te verwijderen etc.). Dit geldt zowel bij de toepassing van bestuursdwang alsmede bij het eventueel opleggen van een last onder dwangsom. Indien er feitelijk tot sluiting wordt overgegaan wordt het lokaal ontoegankelijk gemaakt door het vervangen van de sloten van toegangsdeuren en/of eventueel verzegelen en/of het feitelijk dichttimmeren van deuren en ramen. De duur van de sluiting is afhankelijk van de overtreding en van de vraag of de woning of het lokaal reeds eerder gesloten is geweest (recidive). De duur varieert van drie maanden tot een jaar of bij herhalingen onbepaalde tijd. 2.2. Handhaving artikel 13b Opiumwet Artikel 13b Opiumwet biedt de burgemeester de mogelijkheid om bestuursdwang toe te passen (waaronder het opleggen van een dwangsom of uiteindelijk sluiten van een pand), als er in een lokaal of woning drugs als bedoeld in artikel 2 (harddrugs) of 3 (softdrugs) van de Opiumwet worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn. Dit betekent feitelijk dat de burgemeester bevoegd is tot de toepassing van bestuursdwang (hieronder tevens begrepen de toepassing van een dwangsom) indien de Opiumwet wordt overtreden. Hiermee kunnen illegale verkooppunten van soft- en harddrugs worden aangepakt, ongeacht of deze in woningen of andere lokalen zijn gevestigd. Hoewel in het dagelijks taalgebruik wordt gesproken over drugsoverlast, hoeft wettelijk geen overlast te worden aangetoond. Het enkele feit dat er een handelsvoorraad drugs wordt aangetroffen impliceert, volgend uit de jurisprudentie, dat er sprake is van drugshandel en is in beginsel voldoende om handhavend op te treden. De bevoegdheid tot het opleggen van een last onder bestuursdwang wordt aanwezig geacht indien er sprake is van een handelshoeveelheid verdovende middelen, dan wel (bij hennepplanten) van beroeps- of bedrijfsmatige hennepteelt, voor de uitleg waarvan aansluiting wordt gezocht bij het daartoe gestelde in de Opiumwet. Ten aanzien van harddrugs hoeft er geen belang gehecht te worden aan het gegeven dat de aangetroffen stoffen een concentratie harddrugs bevatten die verwaarloosbaar is ten opzichte van gangbare concentraties op gebruikers-niveau. Het gaat om het gegeven dat de materialen positief zijn getest op de aanwezigheid van harddrugs en deze als zodanig verhandeld worden. De mate van versnijding van de aangetroffen harddrugs is verder niet van belang. Indien de aangetroffen stoffen een hoeveelheid hard- of softdrugs betreft die minder is dan de in de Aanwijzing Opiumwet aangewezen gebruikers-hoeveelheid, wordt toch conform het Handhavingsbeleid overgegaan tot sluiting wanneer uit andere feiten en/of omstandigheden blijkt dat sprake is van handel in verdovende middelen. Daarbij kan worden gedacht aan (niet limitatief): - contacten van dealers en klanten in/vanuit een woning of lokaal(het totaal aan handelingen valt onder ‘verkoop’, ook al vinden levering en/of betaling elders plaats); - verklaringen van klanten en/of drugskoeriers die met drugs zijn onderschept; - aanwezigheid van handelsattributen. Verder wordt artikel 13b Opiumwet gebruikt ten behoeve van de handhaving van het coffeeshopbeleid. Onder voorwaarden (de I-AHOJG-criteria en het criterium van een maximale handelshoeveelheid van 500 gram) wordt verkoop van cannabis in de drie toegestane coffeeshops gedoogd. Indien de exploitant van de coffeeshop zich niet aan deze voorwaarden houdt, is er sprake van niet toegestane verkoop en wordt bestuursrechtelijk gehandhaafd. Het Openbaar Ministerie is en blijft in eerste instantie verantwoordelijk voor de handhaving van de bij wet strafbaar gestelde misdrijven en overtredingen. De bevoegdheid van het Openbaar Ministerie tot strafrechtelijk optreden blijft bestaan, ongeacht of er bestuursrechtelijk optreden volgt. Beleidsmatig wordt onderscheid gemaakt tussen de aanpak van gevallen waarin softdrugs dan wel harddrugs zijn betrokken. Dit om reden dat tegen het bezit en verkoop van harddrugs strafrechtelijk strenger wordt opgetreden, maar ook dat alle uitingen die te maken hebben met harddrugs maatschappelijk gezien grotere volksgezondheidsrisico's en andere verschijnselen met zich meebrengen. Denk hierbij bijvoorbeeld aan ernstige vormen van overlast en vermogensdelicten. In het handhavingsbeleid dat de gemeente Heerlen voorstaat inzake toepassing van bestuursdwang valt dan ook ten aanzien van de handel in harddrugs een zwaardere sanctionering te onderkennen. Desalniettemin wordt ook met betrekking tot de handel in softdrugs buiten de drie toegestane coffeeshops een stringent handhavingsbeleid voorgestaan. 2.3. Artikel 174A Gemeentewet Artikel 174a Gemeentewet geeft de burgemeester de bevoegdheid om woningen en dergelijke te sluiten wegens ernstige verstoring van de openbare orde of ernstige vrees daarvoor zonder dat dit gekoppeld hoeft te zijn aan bepaalde strafbare feiten. Voorwaarde voor de toepassing van deze sluitingsbevoegdheid is dat door de gedragingen in de woning de openbare orde rond de woning wordt verstoord. Dit betekent dat er een dossier moet worden gevormd waaruit de verstoring van de openbare orde blijkt.

Rechtspraak bij dit artikel