Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk

Artikel 42

Informatieplicht tijdens bijstandsverlening

Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet IOAW, IOAZ, Bbz 2015

1.. Termijn van orde. De klant krijgt een termijn waarbinnen hij moet reageren op het verzoek om informatie. Als de klant tegen het einde van de gestelde termijn nog niet heeft voldaan aan het verzoek om informatie, dan verstuurt het college een termijn van orde. De ‘termijn van orde’ is een periode waarin de klant verzocht wordt alsnog aan zijn verplichtingen te voldoen. De termijn van orde is de termijn vóór de hersteltermijn (3.5) en kent geen juridische consequenties. 2.. Hersteltermijn. Als de klant tegen het einde van de gestelde ordetermijn nog niet heeft voldaan aan het verzoek om informatie, dan verstuurt het college een hersteltermijn en schort het college het recht op uitkering (indien mogelijk) op. 3.. Verstrekken gevraagde informatie binnen hersteltermijn + geen wijziging. Voldoet de klant binnen de hersteltermijn alsnog aan het verzoek om informatie dan beoordeelt het college het recht op bijstand. Blijkt er geen wijziging te zijn opgetreden die van invloed is op het recht op uitkering, dan wordt er afgezien van het geven van een schriftelijke waarschuwing. Ook hier kiest het college ervoor om geen waarschuwing te geven of een boete op te leggen. De betaling van de bijstandsuitkering wordt tijdens een hersteltermijn al opgeschort waardoor de klant op een later tijdstip de uitkering ontvangt. Hierin schiet een boetetraject zijn doel voorbij, gezien het feit dat er geen wijzigingen zijn opgetreden. 4.. Verstrekken gevraagde informatie binnen hersteltermijn + wijziging. Voldoet de klant binnen de hersteltermijn alsnog aan het verzoek om informatie en blijkt er wel een wijziging te zijn opgetreden die van invloed is op het recht op uitkering, herziet of trekt het college dit recht in en legt in beginsel een boete op. 5.. Niet verstrekken gevraagde informatie. Voldoet de klant na de hersteltermijn niet aan het verzoek om informatie, dan herziet of trekt het college het recht op uitkering in. Vervolgens onderzoekt het college of het recht op uitkering niet per een eerdere datum herzien of ingetrokken had moeten worden. Daarnaast legt het college een boete op. 6.. Blijkt uit dit nader onderzoek niet dat er ten onrechte aan uitkering is verstrekt, dan volstaat het college met het opleggen van een boete.

Rechtspraak bij dit artikel