**1..** Het college verlaagt het basis boetebedrag als er sprake is van verminderde verwijtbaarheid zoals benoemd in artikel 2a, tweede lid onder a, b en c van het Boetebesluit sociale zekerheidswetten. Voor het bepalen van de hoogte van de boete hanteert het college onderstaande uitgangspunten om te bepalen of er sprake is van verwijtbaarheid:
De belanghebbende verkeerde op het moment dat hij aan zijn verplichting moest voldoen in onvoorziene en ongewenste omstandigheden. Het betrof omstandigheden die niet tot het normale levenspatroon behoren, maar die hem niet in de feitelijke onmogelijkheid brachten om aan de inlichtingenverplichting te voldoen. Wel waren de omstandigheden emotioneel zo ontwrichtend dat hem niet volledig valt toe te rekenen dat de inlichtingen niet tijdig of volledig zijn verstrekt.
De belanghebbende verkeerde op het moment dat hij aan zijn verplichting moest voldoen in een zodanige geestelijke toestand dat hem de overtreding niet volledig valt aan te rekenen.
De belanghebbende heeft wel inlichtingen verstrekt, die echter onjuist of onvolledig waren, of heeft anderszins een wijziging van omstandigheden niet onverwijld gemeld, maar uit eigen beweging alsnog de juiste inlichtingen verstrekt voordat de overtreding is geconstateerd. In deze gevallen is er sprake van verminderde verwijtbaarheid. Echter: wanneer de belanghebbende genoemde inlichtingen heeft verstrekt in het kader van toezicht op de naleving van een inlichtingenverplichting, is er geen sprake van verminderde verwijtbaarheid.
**2..** Daarnaast acht het college dat er sprake is van verminderde of gedeelde verwijtbaarheid als;
Een klant administratief onbekwaam is en niet in staat zijn belangen te behartigen. De Rechtbank heeft een (beschermings)bewindvoerder of curator aangewezen om de zaken van de klant te behartigen. Doorslaggevend hierin is of de klant alle relevante, aantoonbare en verifieerbare informatie aan de bewindvoerder of curator heeft doorgegeven die van belang is voor het recht op uitkering en deze is verzuim is gebleven richting de gemeente.
Er is sprake van een samenstel van omstandigheden die elk op zich niet, maar in hun onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot het oordeel dat er sprake is van verminderde verwijtbaarheid.
Als het bestuursorgaan op de hoogte is van een wijziging in de situatie van een burger, maar deze incorrecte situatie laat voortduren.
Hoofdstuk
Artikel 46
Verminderde verwijtbaarheid
Onderdeel van Verzamelbeleidsregels Participatiewet IOAW, IOAZ, Bbz 2015