Tot de aan de vergunning te verbinden voorschriften kan behoren
het voorschrift dat binnen een bepaalde termijn en
overeenkomstig de door het bevoegd gezag te geven aanwijzingen
moet worden herplant.
Wordt een voorschrift als bedoeld in het eerste lid gegeven, dan
kan daarbij tevens worden bepaald binnen welke termijn na de
herbeplanting en op welke wijze niet geslaagde beplanting moet
worden vervangen, een en ander met inachtneming van artikel 9
van deze verordening.