Indien de formele arbeidsduur van de medewerker voorafgaand aan zijn verzoek als bedoeld in artikel 3 of artikel 4 structureel is uitgebreid, vindt artikel 3 en artikel 4 geen toepassing voor zolang tussen het moment van voornoemde urenuitbreiding en het moment dat de medewerker zijn formele arbeidsduur op grond van artikel 3 en 4 kan laten verlagen een periode van 24 maanden nog niet is verstreken.
Het college kan de in het eerste lid genoemde wachttijd van 24 maanden verkorten.