Indien de medewerker die deelneemt aan deze regeling op grond van artikel 3 of artikel 4, langer dan twaalf maanden zijn arbeid niet kan verrichten als rechtstreeks en objectief vast te stellen gevolg van ziekte of gebrek, worden zijn formele arbeidsduur en zijn salaris vanaf de eerste dag na voornoemde twaalf maanden wederom vastgesteld op de oorspronkelijk formele arbeidsduur en op het in artikel 7:3 CAR genoemde percentage van zijn oorspronkelijke salaris. De deelname van de betreffende medewerker aan deze regeling stopt vanaf dat moment. Daarna kan de medewerker niet meer aan deze regeling deelnemen.
Indien de medewerker die deelneemt aan deze regeling op grond van artikel 3 of artikel 4, daarna een verzoek voor urenuitbreiding indient en indien dit verzoek wordt gehonoreerd, stopt zijn deelname aan deze regeling met ingang van de dag waarop de urenuitbreiding ingaat. De formele arbeidsduur wordt vanaf dat moment bepaald op de formele arbeidsduur die hij direct voorafgaand aan de urenuitbreiding had, verhoogd met de uren van de uitbreiding, met een maximum van 36 uur per week. Het salaris wordt vanaf dat moment vastgesteld op het voor hem geldende schaalbedrag naar rato van de vanaf dat moment vastgestelde formele arbeidsduur zoals die in de vorige volzin is berekend. De pensioenopbouw wordt vanaf dat moment vastgesteld naar rato van de vanaf dat moment vastgestelde formele arbeidsduur zoals die in de vorige volzin is berekend. Daarna kan de medewerker niet meer aan deze regeling deelnemen.
Beëindiging van deelname aan deze regeling op verzoek van de medewerker is niet mogelijk.