Naar hoofdinhoud
1.. Begraving mag slechts geschieden indien van tevoren het verlof tot begraven of de bezorging van as is overlegd aan de beheerder. 2.. Begraving of bijzetting in een eigen graf waarvan de uitgiftetermijn binnen 10 jaar afloopt, kan alleen plaatsvinden onder gelijktijdige verlenging van de uitgiftetermijn met een zodanige periode, dat de dan resterende uitgiftetermijn tenminste gelijk is aan de wettelijke minimum grafrusttermijn van 10 jaar. De verlenging dient te worden aangevraagd door de rechthebbende of, indien deze is overleden, door één van de in artikel 19, tweede lid, bedoelde personen. 3.. De in het vorige lid bedoelde periode van verlenging wordt naar boven toe afgerond op gehele jaren.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel